Moroccan desert

Road in Shanghai, China

Shanghai, China

Gas station, Uganda

Bwindi, Uganda

Tower of Silence, Iran

De oud-mentor van Zuckerberg doet een oproep.

Dit zou een veel groter onderwerp van debat moeten zijn.

Intrigerende nieuwe roman van de schrijfster van Station Eleven, die het verhaal van Bernie Madoff en de wereld van haute-finance vervlecht met het het leven van een zonderlinge schoonheid die luistert naar de jongensnaam Vincent.

Het mooiste element van het boek is de idee van een “counter-life”: een leven dat je niet leeft, maar had kunnen leven. Of had willen leven. Het tegen-leven.
Op een gegeven moment lopen het echte leven en het tegen-leven van de hoofdpersonen door elkaar. Dit spel tussen feit en fictie werkt goed.
Emily St. John Mandel wijdt hier maar een paar hoofdstukken aan; misschien had ze hier haar hele boek omheen moeten bouwen.

The Glass Hotel – Emily St John Mandel, 2020

Een uiterst besmettelijk en dodelijk virus gaat in no-time de wereld over. Niemand blijft gespaard. In eerste instantie hamsteren mensen wc-papier en blikvoedsel, om al snel gegrepen te worden door doodsangst. Miljoenen slaan op de vlucht, in de hoop een veilige plek te vinden.
Tevergeefs. Het grootste deel van de mensheid gaat er aan.

Twintig jaar later bevinden we ons in een apocalyptisch maanlandschap. De aarde is eeuwen in de tijd teruggeworpen. Niets werkt meer. Er is geen internet, geen elektriciteit. Men leeft op de ruïnes van onze samenleving; auto’s en Wallmarts zijn overwoekerd door de natuur
De overlevenden hebben zich aangepast, en hebben kleine nederzettingen gesticht. Het onderlinge wantrouwen is groot, overleven is het devies.

Maar er is ook hoop. Toneelgezelschap The Travelling Symphony gaat van dorp tot dorp om Shakespeare op te voeren. Muziek en dans bieden wat troost in deze harde wereld. Iets van de vervlogen tijd herleeft.

St. John Mandel is een meester in het vervlechten van verhaallijnen en schrijft zeer beeldend. Je ziet die karavaan echt voor je.

Alleen echt goede schrijvers weten het ongelooflijke geloofwaardig te maken.

Station Eleven – Emily St. John Mandel, 2015

Larger than life *****

Goed geschreven, biografisch verhaal over een bijzondere familie, die een eeuw geschiedenis bestrijkt – en en passant mede vormgeeft.
Een must-read.

De Stamhouder – Alexander Münninghof, 2014

Normaal gesproken zou ik niet snel een boek over zombies lezen. Deze corona-tijd zorgt er blijkbaar voor dat ik voor dit genre open sta. Gelukig maar, want World War Z: An Oral History of the Zombie War is een geweldig boek.

Zombies zijn, in de versie van Max Brooks, als een virus dat de aarde in moordend tempo overgaat. Aan de hand van interviews met ooggetuigen kijken we terug op de oorlog die de mensheid moest voeren met de ondoden. Hoe zombies de wereld teisterden en op een haar na de mensheid hadden uitgeroeid. We leren hoe verschillende landen reageerden. Ook toen traden – net als nu – de Israeli en de Zuid-Afrikanen doortastender op dan menig Europees land. Uiteindelijk weten ‘we’ terug te vechten, maar de prijs is enorm.

Door de kaleidoscopisch aanpak, de ‘interviews’ met mensen uit elke uithoek van de wereld (zombies kennen, net als virussen, geen grenzen) krijgen we een brede blik op de psyche van de mens voorgeschoteld; de angstigen, de dapperen, de moordenaars, de filosofen.

De cover belooft veel bloed en slijm – ik vond het vooral een mooie allegorie voor het einde der tijden. Waarbij de paar vrijheidsbeperkende maatregelen van Rutte en consorten die we nu ondergaan verbleken tot een walk in the park. Dit boek is veel meer dan een horrorklassieker, het is een metafoor voor onze tijdelijkheid op aarde.

Wat een en ander helemaal afmaakt is dat auteur Max Brooks sinds de verschijning van dit boek in 2006 de wereld rond gaat als zombie-expert. Hij geeft zelfs les aan West Point, de militaire academie in de VS.
Zelfs het grootste leger op aarde kan zich niet veroorloven geen rekening te houden met de volgende zombie-uitbraak.

World War Z: An Oral History of the Zombie War, Max Brooks, 2006

David Hume zei het al: de praktische reden alleen is niet voldoende om mensen moreel te motiveren. Feiten moeten beleefd worden. Voor we ergens over gaan nadenken, moet het ons eerst wat kunnen schelen.
Vanuit Hume zijn we snel bij fake news, dat zo onweerstaanbaar is omdat het bevestigt wat we toch al voelden. “Zie je wel!”

Dit is een prettig lezend essay, hoewel weinig opzienbarend. Heijne legt uit dat de menselijke neiging tot sensatie en emotie schade aanricht, en dat als we ons zou laten leiden door feiten en rede de wereld er beter uit zou zien. Maar ja, we geloven nou immers de feiten die bij ons wereldbeeld passen. En zijn op die manier rijp voor charlatans en populisten die, gewapend met de kanonnen van de social media, ons voor hun karretje spannen.

Grote schuldige is in de ogen van van Heijne, het maatschappelijk vacuüm dat is ontstaan door de overwinning van het liberale wereldbeeld : er is geen ruimte meer voor een radicaal ander wereldbeeld. De bestuurlijke elite zorgt ervoor dat de deksel op de pot van alternatieven stevig dicht blijft. Het debat is dood. Elitekritiek is hiermee kritiek op het liberalisme .
Die kritiek is niet nieuw. Er is echter een scherpere variant bijgekomen: de wens het liberalisme niet te hervormen, maar haar te vernietigen. En dan wordt het gevaarlijk. Dan verliezen we ons mens-zijn.

De oplossing zou zijn; opnieuw werken aan samenhang, gesteund door een gezamenlijke visie op toekomst. In navolging van Jezus, Ghandi en MLK, zouden we weer in staat moeten zijn betrokkenheid bij de ander te voelen. Leren om tegen je eigenbelang in te denken. Pas als we dat weer kunnen opbrengen keren we terug bij wat het betekent om mens te zijn.

Verbeelding, geen inbeelding.

Mens/Onmens, Bas Heijne, 2020

Vriendschap weegt het zwaarst

Mooi geschreven boek over een man die te horen krijgt dat hij nog maar kort te leven heeft. Hij verkoopt zijn uitgeverij en kijkt terug op zijn leven. Hij haalt de banden aan met familie, en herleest de brieven die hij stuurde aan zijn vrouw, nadat ze was overleden. Als terminale man ziet hij de wereld met een bedroefde, maar open blik. Hij weet onverwachts nieuwe vriendschappen te sluiten.

Dat een aantal maanden later de diagnose foutief blijkt is een schok en enorme opluchting tegelijk, maar heeft hem vooral een grote les geleerd: vriendschappen en liefde maken het leven bijzonder.

Pascal Mercier, Het gewicht van woorden, 2019

The guilty elites

From a Martin Gurri piece at Mercatus:

“When populists are accused of being offensive or unethical, we must keep in mind that their accusers—establishment media and political actors—have already been judged and found guilty by the public.

For this to change, the elites have to change. Somehow, those at the top have to regain their good character in the eyes of the public. They must discover ways to win respect in the chaotic theater of the web, and they must develop a rhetorical style adapted to the digital age. The fact that, so far, they appear utterly unwilling to try should not be surprising. If the 20th century was a golden age of top-down control, the 21st is a sort of Dante’s Inferno—with ever deeper circles of torment—of the elites. A reactionary temper is the natural outcome of such a fall from the heights”

If the premise is true, Biden is toast…

Read more here

Het allesverwoestende beest

La Bestia – het beest – is de bijnaam van de goederentrein die van Midden-Amerika naar de VS raast en waar honderdduizend gelukzoekers zich letterlijk aan vastklampen. Op weg naar haar het beloofde land: Amerika. Op zoek naar een betere toekomst.

Zo ook de klein Nico die dagelijks met gevaar voor eigen leven afvalstortplaatsen afstruint op zoek naar iets verkoopbaars. Samen met zijn moeder scharrelt hij net voldoende bij elkaar om de drugsgang, die hen afperst, te betalen. Tot het niet meer lukt, en Nico moet vluchten om niet gerekruteerd te worden in een van doodseskaders van Guatemala.

Nico en zijn leefijdgenoten staan onderaan de lange keten van de internationale drugswereld, die loopt van de sloppen van Midden-Amerika tot de hippe clubs in New York. Daartussen trekt de productie en handel in drugs een verwoestend spoor.

Ruim 700 spannende pagina’s lang denderen we door een wereld van geweld en corruptie. Verslaafde prostituees, dubieuze politici, bloeddorstige drugsbazen, ontketende drugsrechercheurs, vermoorde journalisten. Hun levens worden bepaald, vaak vernietigd, door de drugs.
In een rechtstreeks aanklacht tegen de schimmige mores van het huidige D.C. komen Trump (Dennison) en zijn schoonzoon Kushner (Lerner) ten tonele: de eindbazen van deze geldmachine.

Aan het einde van deze rit was ik boos en uitgeput. En een belangrijke ervaring rijker. Een beest van een boek.

The Border, Don Winslow, 2019

Patagonia-oprichter Yvon Chouinard is een activistische miljardair, een rotsklimmende ondernemer en een CEO zonder kantoor. Kortom, een bijzondere man.

Zijn fascinerende levensverhaal en zakelijke succes roepen twee vragen op:

  1. Als het echt zo is dat goede mensen geen vaste kantoortijden nodig hebben (let my people go surfing), waarom stoppen we dan mensen nog steeds acht uur per dag in non-descripte, slecht geventileerde gebouwen?
  2. Patagonia houdt compromisloos vast aan het adagium dat zijn producten zo min mogelijk schade aan de natuur aanrichten: waarom krijgt dit niet meer navolging?

Mogelijke antwoorden:
1. De meeste mensen doen niet wat ze echt leuk vinden en hebben dus dwang nodig
2. De meeste mensen hebben moeite lange termijnbelangen op waarde te schatten

Chouinard is in de tachtig, wie durft het over te nemen?

Let my people go surfing, Yvon Chouinard, 2016

%d bloggers like this: