Again, a great, counter-intuitive, book by Bruno Macaes, who’s gaining real traction as one of today’s most interesting thinkers – and prolific twiterazzi. After China and Europe he now turns to the US.

His thesis on the United States is not as multi-layered as his last two books on Eurasia and the Belt and Road, but carries nevertheless a great insight: the US is living in a fantasy world, of its own making. The laws of reality don’t apply to America anymore – it is carving out a parallel universe for itself.

The walls between Hollywood and politics, between the fake world and reality, have crumbled. Life is one big show. As Trump would say: “My election night was one of the greatest nights in the history of television!”.

We, rational Europeans will never really understand this mindset, this willingness to deny gravity. The concept of the West will change, with a post-truth America no longer the harbinger we have been relying on.

Bruno Macaes warns that the ties with former colonial power Europe will eventually be severed as the US is charting it’s own future. Free, from reality and from those with less appetite for fantasy.

Stay tuned!

Book

Existential risk and the future of humanity, luidt de ondertitel. Geen kleinigheid dus, dit boek. De helft van het boek bestaat uit voetnoten en bijlages – het is duidelijk dat de auteur aan Oxford filosofie doceert. En dat maakt het The Precipice juist goed; het boek zit bomvol interessante feiten die ook nog goed onderbouwd (en doorgerekend) worden. Laten we Ord daarvoor prijzen: er zijn al genoeg feitenvrije meningen over…alles.

Toby Ord zet de risico’s dat wij uitsterven – dat de mens geheel wordt uitgeroeid – op een rij. Welke gebeurtenis gaat ons de genadeklap geven? Er zijn drie soorten existentiële risico’s: natuurlijke risico’s, mens-gemaakte risico’s en toekomstige risico’s (met name AI). Het lot van de dinosauriërs zal ons niet treffen; we hebben alle kometen in het snotje, en degene die op de aarde zouden kunnen storten zijn niet groot genoeg om ons existentieel te bedreigen. Wel zouden er in dat geval miljoenen doden kunnen vallen, maar als soort overleven we het.
Gevaarlijker zijn uitbarstingen van supervulkanen die een aslaag over de aarde kunnen leggen en ons zo letterlijk laten stikken. Van de risico’s van eigen makelij springen klimaatverandering, vernietiging van de natuur en nucleaire wapens eruit. Hoewel rekenkundig waarschijnlijk geen existentieel risico, schat Toby Ord de risico’s van elk van deze drie apart hoger in dan die van de natuurlijke risico’s bij elkaar.

Nog groter gevaar lopen we als het technologisch mogelijk wordt dat mensen pandemieën over de aarde laten gaan: – bioterrorisme dus. Een degelijke aanval zal ons doen terugverlangen naar de huidige coronaperikelen. Echter, de grootste bedreiging voor het menselijk potentieel komt voor rekening van ongecontroleerde AI: 1 op 10 kans dat slimme intelligentie, gone rogue, onze ondergang wordt.

Alles wikkend en wegend schat Toby Ord de kans dat we in de komenden 100 jaar uitsterven op 1 op 6. Extreem hoog, naar mijn mening. Alsof we Russisch roulette spelen met onze toekomst. Maar dus ook 5/6 kans dat dit niet gebeurt! Willen we onze menselijke potentie niet in de knop laten breken dan zullen we wel met man en macht de schouders eronder moeten zetten. Het mag niet een academische exercitie blijven – overleven doe je met zijn allen.

En dat terwijl we pas aan het begin staan: wij mensen zijn nog maar 200.000 jaar bezig. We hebben misschien nog wel 9.800.000 jaar te gaan. We gaan nog zoveel spannends meemaken. Een kans die we niet mogen laten lopen. Omdat er zoveel waardevols in het verschiet ligt. En omdat we niet mogen beslissen over toekomstige generaties. Immers, waarom zou een leven nu, meer waard zijn dan een leven over 2 miljoen jaar? Wij zijn het aan ons (verre) nageslacht verplicht om niet uit te sterven.

Toch is dit ook de achilleshiel van het betoog: want waarom is het – in absolute zin – erg als we uitsterven? De aarde zal ons dankbaar zijn: ze krijgt dan even een adempauze. En de ongeboren generaties kunnen niet treuren om het feit dat ze niet geboren zullen worden.

Een filosofische vraag wellicht, maar wel een die de filosoof Ord iets beter had mogen beantwoorden.

Podcast van 80.000 hours

Boekhandel

Moroccan desert

Road in Shanghai, China

Shanghai, China

Gas station, Uganda

Bwindi, Uganda

Tower of Silence, Iran

De oud-mentor van Zuckerberg doet een oproep.

Dit zou een veel groter onderwerp van debat moeten zijn.

Intrigerende nieuwe roman van de schrijfster van Station Eleven, die het verhaal van Bernie Madoff en de wereld van haute-finance vervlecht met het het leven van een zonderlinge schoonheid die luistert naar de jongensnaam Vincent.

Het mooiste element van het boek is de idee van een “counter-life”: een leven dat je niet leeft, maar had kunnen leven. Of had willen leven. Het tegen-leven.
Op een gegeven moment lopen het echte leven en het tegen-leven van de hoofdpersonen door elkaar. Dit spel tussen feit en fictie werkt goed.
Emily St. John Mandel wijdt hier maar een paar hoofdstukken aan; misschien had ze hier haar hele boek omheen moeten bouwen.

The Glass Hotel – Emily St John Mandel, 2020

Een uiterst besmettelijk en dodelijk virus gaat in no-time de wereld over. Niemand blijft gespaard. In eerste instantie hamsteren mensen wc-papier en blikvoedsel, om al snel gegrepen te worden door doodsangst. Miljoenen slaan op de vlucht, in de hoop een veilige plek te vinden.
Tevergeefs. Het grootste deel van de mensheid gaat er aan.

Twintig jaar later bevinden we ons in een apocalyptisch maanlandschap. De aarde is eeuwen in de tijd teruggeworpen. Niets werkt meer. Er is geen internet, geen elektriciteit. Men leeft op de ruïnes van onze samenleving; auto’s en Wallmarts zijn overwoekerd door de natuur
De overlevenden hebben zich aangepast, en hebben kleine nederzettingen gesticht. Het onderlinge wantrouwen is groot, overleven is het devies.

Maar er is ook hoop. Toneelgezelschap The Travelling Symphony gaat van dorp tot dorp om Shakespeare op te voeren. Muziek en dans bieden wat troost in deze harde wereld. Iets van de vervlogen tijd herleeft.

St. John Mandel is een meester in het vervlechten van verhaallijnen en schrijft zeer beeldend. Je ziet die karavaan echt voor je.

Alleen echt goede schrijvers weten het ongelooflijke geloofwaardig te maken.

Station Eleven – Emily St. John Mandel, 2015

Larger than life *****

Goed geschreven, biografisch verhaal over een bijzondere familie, die een eeuw geschiedenis bestrijkt – en en passant mede vormgeeft.
Een must-read.

De Stamhouder – Alexander Münninghof, 2014

Normaal gesproken zou ik niet snel een boek over zombies lezen. Deze corona-tijd zorgt er blijkbaar voor dat ik voor dit genre open sta. Gelukig maar, want World War Z: An Oral History of the Zombie War is een geweldig boek.

Zombies zijn, in de versie van Max Brooks, als een virus dat de aarde in moordend tempo overgaat. Aan de hand van interviews met ooggetuigen kijken we terug op de oorlog die de mensheid moest voeren met de ondoden. Hoe zombies de wereld teisterden en op een haar na de mensheid hadden uitgeroeid. We leren hoe verschillende landen reageerden. Ook toen traden – net als nu – de Israeli en de Zuid-Afrikanen doortastender op dan menig Europees land. Uiteindelijk weten ‘we’ terug te vechten, maar de prijs is enorm.

Door de kaleidoscopisch aanpak, de ‘interviews’ met mensen uit elke uithoek van de wereld (zombies kennen, net als virussen, geen grenzen) krijgen we een brede blik op de psyche van de mens voorgeschoteld; de angstigen, de dapperen, de moordenaars, de filosofen.

De cover belooft veel bloed en slijm – ik vond het vooral een mooie allegorie voor het einde der tijden. Waarbij de paar vrijheidsbeperkende maatregelen van Rutte en consorten die we nu ondergaan verbleken tot een walk in the park. Dit boek is veel meer dan een horrorklassieker, het is een metafoor voor onze tijdelijkheid op aarde.

Wat een en ander helemaal afmaakt is dat auteur Max Brooks sinds de verschijning van dit boek in 2006 de wereld rond gaat als zombie-expert. Hij geeft zelfs les aan West Point, de militaire academie in de VS.
Zelfs het grootste leger op aarde kan zich niet veroorloven geen rekening te houden met de volgende zombie-uitbraak.

World War Z: An Oral History of the Zombie War, Max Brooks, 2006

David Hume zei het al: de praktische reden alleen is niet voldoende om mensen moreel te motiveren. Feiten moeten beleefd worden. Voor we ergens over gaan nadenken, moet het ons eerst wat kunnen schelen.
Vanuit Hume zijn we snel bij fake news, dat zo onweerstaanbaar is omdat het bevestigt wat we toch al voelden. “Zie je wel!”

Dit is een prettig lezend essay, hoewel weinig opzienbarend. Heijne legt uit dat de menselijke neiging tot sensatie en emotie schade aanricht, en dat als we ons zou laten leiden door feiten en rede de wereld er beter uit zou zien. Maar ja, we geloven nou immers de feiten die bij ons wereldbeeld passen. En zijn op die manier rijp voor charlatans en populisten die, gewapend met de kanonnen van de social media, ons voor hun karretje spannen.

Grote schuldige is in de ogen van van Heijne, het maatschappelijk vacuüm dat is ontstaan door de overwinning van het liberale wereldbeeld : er is geen ruimte meer voor een radicaal ander wereldbeeld. De bestuurlijke elite zorgt ervoor dat de deksel op de pot van alternatieven stevig dicht blijft. Het debat is dood. Elitekritiek is hiermee kritiek op het liberalisme .
Die kritiek is niet nieuw. Er is echter een scherpere variant bijgekomen: de wens het liberalisme niet te hervormen, maar haar te vernietigen. En dan wordt het gevaarlijk. Dan verliezen we ons mens-zijn.

De oplossing zou zijn; opnieuw werken aan samenhang, gesteund door een gezamenlijke visie op toekomst. In navolging van Jezus, Ghandi en MLK, zouden we weer in staat moeten zijn betrokkenheid bij de ander te voelen. Leren om tegen je eigenbelang in te denken. Pas als we dat weer kunnen opbrengen keren we terug bij wat het betekent om mens te zijn.

Verbeelding, geen inbeelding.

Mens/Onmens, Bas Heijne, 2020

Vriendschap weegt het zwaarst

Mooi geschreven boek over een man die te horen krijgt dat hij nog maar kort te leven heeft. Hij verkoopt zijn uitgeverij en kijkt terug op zijn leven. Hij haalt de banden aan met familie, en herleest de brieven die hij stuurde aan zijn vrouw, nadat ze was overleden. Als terminale man ziet hij de wereld met een bedroefde, maar open blik. Hij weet onverwachts nieuwe vriendschappen te sluiten.

Dat een aantal maanden later de diagnose foutief blijkt is een schok en enorme opluchting tegelijk, maar heeft hem vooral een grote les geleerd: vriendschappen en liefde maken het leven bijzonder.

Pascal Mercier, Het gewicht van woorden, 2019

The guilty elites

From a Martin Gurri piece at Mercatus:

“When populists are accused of being offensive or unethical, we must keep in mind that their accusers—establishment media and political actors—have already been judged and found guilty by the public.

For this to change, the elites have to change. Somehow, those at the top have to regain their good character in the eyes of the public. They must discover ways to win respect in the chaotic theater of the web, and they must develop a rhetorical style adapted to the digital age. The fact that, so far, they appear utterly unwilling to try should not be surprising. If the 20th century was a golden age of top-down control, the 21st is a sort of Dante’s Inferno—with ever deeper circles of torment—of the elites. A reactionary temper is the natural outcome of such a fall from the heights”

If the premise is true, Biden is toast…

Read more here

%d bloggers like this: