Instructive guide on how to build the right incentives, feedback loops and variable rewards. A go-to-guide for developers, and marketeers alike.

Below picture summarizes the premise of the book quite well.

What do customers really want, which pain do you promise to solve? That’s the internal trigger the product (e.g. platform) is offering. The external trigger is a function of the benefit the product generates – e.g. doing as your peers.
The next step a customer needs to take is ‘action’ – preferably the simplest of actions, made as easy as possible. Like liking a post.
The variable reward (e.g. a mention) makes us want more of it, making the customer want to ‘invest’ more and thus creating value for both customer and product (user feedback helps to improve the flow).
By then, you’ll be hooked.

Fascinating to read how easy we are manipulated into all kinds of behavior, but it also raises some ethical and moral questions. This is a big step up from traditional marketing- to what extent do we want products to be addictive? Especially since technology makes it all the easier to get to scale.
The book, of course, doesn’t pose these questions; the author has limited himself to writing the Silicon Valley handbook to understanding how habit-forming products drive customer engagement.

Nir Eyal – Hooked, 2014

Dare to be lonely

“Your own reality—for yourself, not for others.” Thinking for yourself means finding yourself, finding your own reality. Here’s the other problem with Facebook and Twitter and even The New York Times. When you expose yourself to those things, especially in the constant way that people do now—older people as well as younger people—you are continuously bombarding yourself with a stream of other people’s thoughts. You are marinating yourself in the conventional wisdom. In other people’s reality: for others, not for yourself. You are creating a cacophony in which it is impossible to hear your own voice, whether it’s yourself you’re thinking about or anything else. That’s what Emerson meant when he said that “he who should inspire and lead his race must be defended from traveling with the souls of other men, from living, breathing, reading, and writing in the daily, time-worn yoke of their opinions.” Notice that he uses the word lead. Leadership means finding a new direction, not simply putting yourself at the front of the herd that’s heading toward the cliff.”

From a speech by William Deresiewicz to West Point students in 2010 .

Kreeft in een gekkenhuis

Heerlijke, surrealistische film, die je bijblijft.
Yorgos Lanthimos heeft lef gehad. En werd daar terecht voor beloond.

The Lobster, Yorgis Lanthimos, 2015 ****

Actie McQueen

Steve McQueen heeft nu ongeveer alle filmgenres uitgeprobeerd. Dit is zeker geen standaard actiefilm, maar het niveau van indrukwekkend werk als Hunger en Shame is het niet.

Widows, Steve McQueen, 2018 ***

Links kapitalisme

In Duitsland is “Hochdeutschland” een regelrechte sensatie. Angela Merkel schijnt het boek stukgelezen te hebben. De Süddeutsche Zeitung ziet auteur Alexander Schimmelbusch als de Duitse Houellebecq. En de verkoopcijfers zijn torenhoog.

Er gist wat in Europa, dat is duidelijk. “Opperduitsland” spring daar op in.

Wellicht is het karakter van onze oosterburen emotioneler dan ik ze had toegedicht, maar de opwinding is behoorlijk overdreven. De kern – het door zakenbankier Viktor geschreven politieke pamflet, dat het land radicaal zal veranderen – is te dun en te weinig uitgewerkt om echt indruk te maken. Het zijn wat losse ideeën van Viktor/ Schimmelbusch. Ook in het boek behelsen ze maar een paar pagina’s, de rest moeten we zelf invullen.
Zodat we overblijven met de notie dat de “doorgeslagen globalisering” bestreden moet worden met staatsinterventie, de creatie van een soort sovereign wealth fund, en het instellen van een vermogensgrens op 25 miljoen euro. Zodra zijn vriend Ali het in een ruk geschreven pamflet omzet in een politiek programma, wordt hij terstond premier en komt Viktor aan het roer te staan van zijn “fonds voor de bevolking”. Met groot succes: de werkloosheid daalt naar nul.

Het is een vermakelijk boek, lekker geschreven, en de moeite waard alleen al omdat het de zeigeist probeert te vatten. En dat lukt aardig, de combinatie van markt en beschermen van de eigen bevolking is politiek goud, zo blijkt uit elk onderzoek. En is in de meeste land nog relatief onontgonnen terrein. Ik had dan ook graag meer gelezen over de specifieke ingrediënten van deze Duitse toverdrank.

Opperduitsland, Alexander Schimmelbusch, 296p – Prometheus, 2019

High life, low quality

Poging om Stanly Kubrick’s Space Odysee te evenaren ontaardt in een onevenwichtige mengelmoes van over-the-top- scenes, clichématige personages en shots van bordkartonnen spaceships. De moestuin van het ruimtevoertuig is het interessantste karakter.
Geen idee wat ik geleerd of gezien heb.

High Life Claire Denis, 2019 **

There is no free will

Free will is an illusion.
It’s even worse: it’s a totally incoherent.
Sam Harris wants to convince us understanding this actually matters and can change everything.

The popular notion of free will rests on two assumptions:

1. That each of us could have behaved differently than we did in the past. You choose chocolate but could have chosen vanilla.

2. That we are the conscious source of our thoughts and actions.

Both are untrue. The truth is that we live in a world of cause and effect: the buck never stops. All events are always preceded by a specific act.

This is a highly unsettling little book. If all this is true, what to make of our decisions about the people we love, the work we do, and maybe most importantly: can we ever take responsibility, for both our good and bad deeds?

One thing I will be doing is take a deep-dive into Harris’s work. At least one decision I’m making deliberately.
Well, I think.

Sam Harris, Free Will, Free Press, 96 p – 2012

Chinese avant-garde

Deze film verwart.
Regisseur tapt Jia Zhangke uit vele vaajtes : is het een misdaadfilm, of eigenlijk maatschappijkritiek? Heeft Zhangke een boodschap over de gevolgen van verraad, à la Kill Bill van Tarantino? Kijken we naar China van nu, of naar het China dat verdwenen is? Of is het eingelijk een liefdesverhaal?
Er gebeurt heel weinig, en tegelijkertijd heel veel.

De belangrijkste vraag die ik nu al weken niet beantwoord krijg is echter: was dit nou een goede film? Dat is nog het meeste verwarrrende….

Ash is Purest White – Jia Zhangke , 2019


US-China deal is about ordinary workers

Fascinating piece of tv. “Nationalist” Steve Bannon and “cosmopolitan” Tom Friedman are in agreement on how to deal with China – who would have thought?

Vechten voor elke stem, deur voor deur. Kandidaten die allemaal in staat zijn hun levensverhaal te koppelen aan een hoger doel. Vanuit het breed gedeelde idee dat het land gezamenlijk bezit is, dat samen gevormd moet worden. Met horten en stoten. Amerikaanse politiek is en blijft “the real deal”.

Deze docu staat in een tradite van campagnefilms vol met rauwe emotie, tranen, grote belangen en klein leed. Alexandria Ocasio Cortez (inmiddels beter bekend als AOC) steelt nu de show, de volgende keer is er weer een nieuwe verrassing.

Amerika is een prachtig, schurend experiment.

Knock Down the House – Rachel Lears, Netflix – 2019 ****

Ed Catmull had als puber in de jaren 60 een droom: de eerste met de computer geanimeerde film maken. Het lukte hem, decennia later, in 1995 met Toy Story, de eerste film van het nieuwe filmbedrijf dat hij samen met Steve Jobs en John Lasseter runde. Het werd een wereldwijde megahit.
Sindsdien heeft Pixar succes na succes geboekt, en na de overname door Disney ook van die wat ingedutte filmstudio weer een innovatieve hitmachine gemaakt. Het geheim achter deze zegetocht is de cultuur waarin creativiteit en originailteit centraal staan. Vele business goeroes schrijven erover, Ed Catmull heeft het gedaan.

Het ontstaansverhaal van Pixar als bedrijf is inspirerend, de manier waarop Catmull erover schrijft is boeiend en soms zelf emotioneel. Met name als hij beschrijft hoe tegenslagen verwerkt werden – van films die maar niet van de grond komen tot de dood van Jobs. Je hoeft geen fan van The Incredibles, Buzz Lightning of de kleine Nemo te zijn om enthousiast te worden van dit bedrijf en de authentieke en creatieve manier waarop het het beste uit mensen haalt.

Het boek druipt van de lessen voor managers en leiders van creatieve bedrijven en processen: zowel praktisch als conceptueel. Innovatie is immers toegepaste creativiteit. Voor de volledigheid vat de auteur de elementen die de unieke cultuur van Pixar definiëren aan het eind van het boek samen in een aantal filosofie/regels zoals (in het Engels):

  • Give a good idea to a mediocre team, and they will screw it up. But give a mediocre idea to a great team, and they will either fix it or come up with something better.
  • If you don’t strive to uncover what is unseen and understand its nature, you will be ill prepared to lead.
  • It’s not the manager’s job to prevent risks. It’s the manager’s job to make it safe for others to take them.
  • The cost of preventing errors is often far greater than the cost of fixing them.
  • A company’s communication structure should not mirror its organizational structure. Everybody should be able to talk to anybody.
  • Do not assume that general agreement will lead to change—it takes substantial energy to move a group, even when all are on board.

    Individueel zijn ze niet allemaal hemelbestormend, bij elkaar briljant. Zover ik ze niet al toepaste, ga ik dat vanaf morgen doen. Zonder meer, een van de beste boeken over hoe creativiteit werkt en kan worden georchestreerd.

Ed Catmull – Creativity, Inc. 368p – Bantam Press, 2014

Geestig en slim

De mij tot voor kort onbekende Tim Fransen heeft, met zijn “Brieven aan Koos”, een daverende entree in mijn leven gemaakt.

Heb hardop gelachen om zijn grappen en beschrijvingen van ongemakkeljke reiservaringen die hij in brieven aan zijn mentor Koos optekent. Tim is naast cabaratier ook filosoof, en verkent aan de hand van zijn intellectuele voorbeelden (met name Nietzsche) de dilemma’s van het leven. Koos beantwoordt de brieven trouwens niet. Dat hoeft ook niet, want de eenrichtingsbrieven staan als een huis.

Volgens wijlen Rene Gudde zijn filosofen mensen die worstelen en daarom de ideale vrienden bij wie je te rade kunt gaan als je het zelf moeilijk hebt. Zo bekeken heeft Tim Fransen, in wie de jaloersmakende combinatie van geestig en slim huist, de potentie om de beste vriend van heel veel mensen te worden.

Tim Fransen, Brieven aan Koos, 2018

El Capitan

Obsession can lead to wonderful things. Just watch Alex climb El Cap.

Free Solo, Jimmy Chin, 2018 ****


Ann Mei Chang’s curriculum, combining experience in both Silicon Valley and with USAID, seemingly makes her the perfect person to copy Eric Ries’s Lean Startup thinking to the non-profit sector.
Nevertheless, the result is a bit disappointing: the author brings nothing new to the table. All of the breakthrough strategies, scaling methods and how to quickly iterate come from the Lean Startup. The word ‘purpose’ is just added to the mix.
What she does add, are stories from a wide array of organizations, that may serve as an inspiration to many. This makes the book a fine introduction to the social sector and its challenges; the real startup lessons, even for non-profit ones, can better be learned elsewhere.

Ann Mei Chang, Lean Impact, 308p, Wiley – 2018

This year, Huawei will finalize the so-called ‘Pakistan-East Africa Cable Express, connecting Gwadar in Pakistan tot China’s new military base in Djibouti. We’re talking 13.000 kilometers, connecting South Asia and East Africa, with arteries linking Egypt, Kenya and South Africa.
China is (re-)creating global value chains at an immense speed and reshaping the way we look at continents and borders.

The Chinese like to see their ambitious Belt and Road project as a way to go from chaos – the West – to harmony: the Chinese world order. The Middle Kingdom sees global interdependence as an opportunity, where itself of course plays the role of benevolent and peaceful hegemon, advocating virtues as ‘honesty’ and ‘amity’. According to this mindset, the world has a shared destiny and the Chinese are ready to lead the way. The initial three years of the Belt and Road were about tiptoeing the water. It now clearly has become a geopolitical tool, forcing other countries to respond: will they join of or oppose the Chinese worldview?

The Belt and Road initiative was recently officially included in the Chinese Communist Party’s Constitution and has a clear goal: to build an expanded “factory floor” along the full economic corridor and across national borders. Bridges, tunnels, highways are linking Chinese cities to countries as diverse as Pakistan, Malaysia and Mongolia. The focus of development seems to be on Kazakhstan as China sees the central-Asian country as its gateway to Europe. Recently Portugal and Italy have joined.
The land component is just the start. The Maritime Silk Road is meant to build a new economic landscape for this century. There’s talks about an Arctic Route. Of course, the South Chinese sea is at the center of all efforts.

Where Mao Zedong’s reign is referred to as the era of “Standing Up”, the Deng Xiaoping era was about ” Getting Rich”. We’ve recently entered the “Becoming Powerful” era – led by Xi Jinping.

China wants to catapult itself to the top of the economic pyramid. Which is, by all definitions, a crowded place. This is why the Belt and Road is of great important to the Chinese: it is their global development policy. An ambition not without risks. In the words of President for life Xi Jingping : “We are now facing a historic opportunity that happens only once in a thousand years. If we handle it well, we will prosper. But if we screw it up, there will be problems, big problems”.

The immediate consequence is that no longer nations, but value chains, will face each other in the global market. German-led value chains will be competing against Chinese-led value chains. Efficient organization of the value chain may become more important than securing access to commodity markets.
And the fight is on. In August 2018, in a historical verdict, Germany decided to ban for the first time the sale of a German company (Leifeld Metal Spinning AG) to a Chinese competitor. Chancellor Merkel judged the transaction a danger to “public order and safety”.
Controlling global standards – an extremely profitable source of revenue – is another emerging battleground. Being able to develop new standards and have others accept them is something the Belt and Road strives to achieve. The Chinese are already successful in exporting key technical standards for high-speed rail.

Trump’s trade war may make, contrary to popular belief, an ambitious initiative as the Belt and Road harder to finance, as exports will decline and the value added in China makes up only small percentage of the final price. When Bill Clinton welcomed China to the WTO, in 2000, he argued that the country would import “economic freedom”. We now know, how blatantly wrong his dream of convergence was. Almost twenty years later China is still an authoritarian country and an inspires many to resist the Western model.
Clinton’s successor, Donald Trump, has made it clear he doesn’t believe in convergence. His administration’ strategy states assumes we live in a world where competition, not cooperation is the predominant reality.

Opposition comes form other sides too. Japan is investing heavily in initiatives as “Partnership for Quality”, meant to compete with China’s Belt and Road. Japan emphasizes its higher standard (financially, from a sustainability viewpoint, compliance-wise etc) relative to the Belt and Road. Although relatively unknown, Japan finances many projects bigger than the Chinese. Those include the Mombasa port in Kenya, the Nacala Port in Mozambique, the Mumbai-Ahmedabad high-speed railway in India and economic and digital projects in Myanmar, Bangladesh and Tanzania.
The Belt and Road demands tight control, as well as very deep pockets. Criticism now comes from participating countries as well. Malaysia is complaining that China is be prioritizing their own citizens over the local population, when it comes to land distribution or economic gains. And will China’s huge debt, the result of self-financing the Belt and Road, become too much of a burden?

Where does this leave Europe, besides at the other end of the Eurasian continent?
For a start, EU-Asia trade in goods is “by far the most important flow axis in global trade, peaking at $1,8 trillion in 2013”. This is double Transpacific trade and as much as three times Transatlantic trade. This is rather surprising, as the Eurasian axis has many obstacles and barriers, ranging from poor infrastructure to trade barriers. This means there’s a huge potential to be tapped into.
But, the longer the EU will wait with putting a coherent vision and answer forward, the further its ability to shape the Belt and Road will diminish. For now, the moral high way seems pretty much the only route the Europe is actively exploring.

The main question when trying to define China’s future place on the world stage is : will China succeed in reshaping the global order or will we end up with two opposing visions on how to organize our world? Are we entering a world of competition for spheres of influence or will cooperative relations between states keep prevailing? Bruno Macaes sees four scenarios.

1). China becomes a prosperous and successful economy, and converges to a Western political and social model. Like Japan and Germany have in the past. The US and China rule the economic world together, and China does not attempt to overthrow the US politically, militarily or culturally.
2). China converges to some variety of Western politics and is committed to the general principles of the liberal order. It succeeds in replacing the US as the center of political and economic power, but everything else remains the same. Not an entirely implausible scenario, looking at the current developments (US leaving the throne, Xi prepared to mount it, as he made clear in his now famous Davos speech.)
3). China will replace the US at the center of global power: the liberal structures and values give way to Chinese values. Beijing is in charge of the world.
4). China and the West will clash. Two vision of the world order will compete and need to find a balance. The Chinese values represent a direct challenge to the foundation of Western liberal societies as is clear from issues like the Internet, human rights, global trade and privacy. The Belt and Road offers a clear alternative: economic development without the West moralizing you. The result: two distinct spheres of influence.

The West now seems to understand, and accept, that Chinese values are different. We can no longer assume our values are universal. But, as China will increasingly push its national interest westwards, will the West – in this case Europe – be capable and willing to defend its interest? Can this be done, when its values dictate diplomacy and soft power?

Like the West never became an universal concept, nor will the Belt and Road. It will nevertheless have a tremendous impact on the world. Under the world’s sky – Tianxia – several competing systems will co-exist, each based on very different worldviews. Whereas the West believes in checks and balances, the pursuit of individual happiness, institutions and a neutral political space, the Chinese view is one of “togetherness”. Countries – and for that matter people – have relations of dependency, generosity, respect and retribution. Rituals and history play an important role. it’s fragmentation vs coordination. Iteration versus speed (China has doubled it industrial output in 12 years, whereas it took Great-Britain over 150 years.)
Finally, an essential difference is the West’s emphasis on transparency and public knowledge versus the opacity of Chinese power. As they like to say in government circles in Beijing: “Just as every individual has a right to privacy, so has the Party.” Never reveal all at once, go bit by bit.

It is to be feared that also the real nature of the Belt and Road will also reveal itself incrementally. How much do we value privacy? How sensitive is the West to the narrative of the future (China) versus the past (Europe), wherein China is the symbol of dynamism, and Europe represents the status quo? It is of vital importance to to the West to grasp the scope and impact of the Belt and Road and identify the core elements the Chinese will undoubtedly impose on us, before we are left with no other choice than to accept them.

Belt and Road, a Chinese World Order – Bruno Macaes, 288 p, Hurst, 2018

7435118354_e1ddf54de5_o

June 2012

Pax Americana in a Chinese world

Our modern day addiction

Brooks on our Second Mountain

Amman, Jordanië – februari 2019

Interesting reads

Had to catch up with my to-reads, here’s this week’s digest:

The Chinese mayor

John Bolton: is Trump’s “bloodsucker” now the adult in the room?

Bullshit is the junk food of experience

The economic miracle is over. And that’s fine

And watch Macron go on for hours

Lessen van een stervende

Weerslag van de laatste gesprekken die Mitch Albom, succesvol journalist en schrijver, heeft met zijn stervende goeroe Morrie Schwartz.  De levenslessen zijn waardevol, maar niet bijster origineel. Meer indruk maakt hoe de twee mannen, die  decennia geen contact hebben gehad, op die dinsdagen nader tot elkaar komen.
En zo leren we de belangrijkste les: dat vriendschap het leven echt waardevol maakt.

Mitch Albom, Tuesdays with Morrie, 206 p, Doubleday 1997

Barre pooltocht

Prachtig thema, een heerlijke acteur en mooie beelden.
Helaas zorgt de allerlaatste scène voor een vervelende nasmaak. Zonder de laatste 5 seconden was het een werkelijk bijzonder verhaal geweest.

Arctic, Joe Penna, 2019 ****

Een heel goed verhaal, maar het is vooral de meesterlijke schrijfstijl die imponeert.
Mijn eerste Buwalda, en zeker niet de laatste.

Otmars zonen, Peter Buwalda, 496 p, De Bezige Bij 2019

Het grootste feest dat nooit plaats vond


Alle hoofdrolspelers in dit idiote verhaal hebben dubieuze motieven: de organisatoren van deze hoax voorop, geleid door sociopaat Billy McFarland. Maar ook de influencers die niet verder nadenken dan de dollars die ze betaald krijgen voor een sexy huppeltje op het strand (tot een kwart miljoen voor een Insta-post).

Een prachtig voorbeeld van hoe een hype te creëren via social media. Schaal zal dit concept in de echte wereld echter niet bereiken: vooralsnog zijn er te weinig mensen die  ongebreidelde naïviteit combineren met de bereidheid om duizenden euro’s neer te leggen voor een niet bestaand festival.

Chris Smith, Netflix, 2019 ****

Houellebecq doet het weer

Misantropisch cynisme, lege seks en een verloederend Europa: kortom weer een geweldige Houellebecq!

Sérotonine – Michel Houellebecq, 347p. Flammarion, 2019

The Dawn of Eurasia – Bruno Maçães. Original and timely.

Fatherland – Fernando Aramburu. Brilliant & saddening.

Destined for War- Graham Allison.  Is war between China and the US inevitable?

Feitenkennis – Hans Rosling. Much discussed. For good reasons: facts matter.

La Ruée vers l’Europe – Stephen Smith. Immigration from Africa, explained and put in its context.

The Spy who came in the from the cold – John le Carré. Classic.

The 4 best films I watched in 2018

Cold War

Darkest Hour

Foxtrot

Den Skyldige

Much discussed, gloomy book by Yale professor Timothy Snyder.

Snyder juxtaposes the “politics of eternity” versus “the politics of inevitability” – as far as I can see these concepts are his own. The politics of inevitability is the idea that there are no ideas. The cliche being: there are not alternatives. From the collapse of the politics of inevitability emerges the politics of eternity. Whereas the first promises a better future for everyone, eternity places one nation at the center of victim-hood. Eternity politicians manufacture crisis and manipulate emotions and deny the truth, to mask there inability or unwillingness to reform.

Russia and Europe are telling examples of those methods. Russia is pure and innocent, and is under perpetual siege form foreigners wanting to destroy its innocence. On the other hand, Europe, and other democracies live by the adage of politics of inevitably: the notion that we are all moving toward the same liberal, democratic model. As we know now, this is an incorrect assumption, originating from lazy, wishful thinking
With broad knowledge and insight from his decades of study into Europa and Russia, helped by his proficiency in seven languages, Snyder delves deep.
Philosophers, historians, and politicians from across three continents are all brought together by Snyder to make his case; Russia wants to undermine Europa, because it has no future. Making the European neighbour as weak as themselves will relief Putin from presenting a long term vision to his people. Putin’s triumph is to have exported Russia’s problems to its chosen adversaries, the normalisation of Russia’s syndromes by way of contagion. A strong, undermining foreign policy is critical.

Central to this endeavour is a well coordinated campaign of disinformation – trough social media, but also through generating greater masses of refugees by bombing Syria. Russia’s strategy is playing out quite well: it managed to have their puppet elected in the White House. For this pièce de resistance, the Russians followed the same playbook as when they changed the Ukrainian political stage a few years prior: introducing a presidential candidate from a fictional word, who trumped everyone.

Although it is cynical, perverse and aggressive behaviour from Russia, Snyder insists that the Americans were asking for it. They wanted to go back to a time when America was great, a typical image from the politics of eternity. His take is that there are millions of Americans willing to trade in the prospect of a better future for the vision of a valiant defence of American innocence – and as long they are under the impression others (immigrants, blacks) suffer more.

Europa is under assault. From Russia, riding a wave of fascist ideas. It’s well crafted political fiction, taken really seriously. At the center: images of purity, innocence protected by a strongman against its enemies.
 One of the big issues of Europe is our naïveté. We don’t take Russia’s war on Europe seriously. We don’t understand the pivotal role of Ukraine plays and its bloody history. We (don’t want to) see that it’s not about what we are doing, but what we are portrayed as being. As long as Putin is in charge, a European future for his enormous country will be rejected.

One of the most interesting sentences on how to protect freedom is the following: “authoritarianism arrives not because people say that they want it, but because they lose the ability to distinguish between facts and desires”. We need to be able to tell the difference between the true and the appealing.

Snyder ends with a strong warning to America: it will have both forms of equality, racial and economic, or it will have neither. If it has neither, eternity politics will prevail, racial oligarchy will emerge, and American democracy will come to close.

Snyder doesn’t mince his words, is clearly knowledgeable, and has a great pen. But it’s as if it’s too much to swallow, too big to absorb. Is this all true, what about looking at it from different perspectives? Maybe his message is just too grim, to be acceptable…

One thing is certain: this is a book to read, and re-read.

Timothy Snyder, The Road to Unfreedom, 368 p, Vintage Publishing – 2018

The language of memory

Truly beautiful novel by the great narrator Michael Ondaatje –  featuring spies, petty criminals and intriguing characters, set in post-war London.
A joy to read.

Michael Ondaatje, Warlight,  224p, Jonathan Cape, 2018

 

Voor degenen die een injectie optimisme na een bewogen 2018 goed kunnen gebruiken.

De fascinerende Tyler Cowen (ook maker van een briljante podcast) doet in dit, behoorlijk abstracte, boek wat een goed boek hoort te doen: je aan het denken zetten. Tyler Cowen is  econoom, veellezer, schrijver en een van de honderd invloedrijkste denkers ter wereld volgens het blad Time. Zoals alle intelligente mensen, is Cowen sceptisch over de mens: bescheidenheid siert ons. Hij noemt zichzelf een scepticus met een can-do mentaliteit. Hij beseft namelijk hoe verlammend scepsis kan werken.

Zijn onderwerp deze keer is  groot: wat maakt een ‘goede’ samenleving?
Het antwoord: focus op de lange termijn, waarbij economische groei cruciaal is.  Om te kunnen groeien, moeten gezond verstand en de menselijke rede centraal staan: al eeuwen de motor achter onze groeiende welvaart en vrijheid. We zijn van dit pad afgedwaald omdat we de onderliggende principes uit het oog zijn verloren. Dit boek is een lovenswaardige poging ze weer op ons vizier – en in ons handelen – te krijgen.

Groei vermindert immers allerlei soorten ellende, vergroot geluk en kansen en verlengt mensenlevens. Rijke samenlevingen hebben hogere levensstandaarden, betere medicijnen en bieden grotere individuele autonomie, meer lol en zingeving. Groei zorgt ook voor afname van ongelijkheid. Wereldwijd is de ongelijkheid afgenomen – wat met name te danken is aan de groei van China en India.
Niet onbelangrijke  bijnoot: binnen landen zijn de verschillen de laatste jaren groter geworden, vooral vanwege de groei van India en China, die de middenklasse van die individuele, doorgaans Westerse, landen in de knel heeft gebracht.

Zover geen verrassingen. Verrassender is Cowens inzicht aangaande de lange termijn. Hij ziet in morele termen geen verschil tussen de generatie die nu leeft en toekomstige generaties: het is daarmee onze plicht even veel rekening te houden met de mensen die over 1000 jaar leven als die nu de aarde bevolken.
Het einde van de wereld zal een vreselijke gebeurtenis zijn, of het over twee of 20.000 jaar gebeurt. Het leven tegen die tijd met honderd jaar verlengen is net zo waardevol als dat nu doen. In de appendix onderbouwt hij dit volgens mathematische logica met getallen en formules.

Velen zijn inmiddels de mening toegedaan dat de standaardmanieren om welvaart te meten, zoals via het BNP, te beperkt zijn. Zo ook Cowen. De makke van deze methodes is dat ze alleen simpel waarneembare zaken kunnen vastleggen en niet in staat zijn te meten wat bijdraagt aan menselijk welzijn. Cowen introduceert Wealth Plus: de som van traditionele waarden, zoals die van het BNP, met daaraan toegevoegd de ‘output’ van vrije tijd, productie van huishouden en het milieu. Hieruit volgt dus uit dat om Wealth Plus te maximaliseren, niet iedereen harder hoeft te werken (dit is immers maar één van de indicatoren). Ook kan je hieruit afleiden dat het milieu vernietigen niet een goede strategie is.

Groei is dus goed. De enige begrenzing die Cowen stelt aan zijn Wealth-Plus-model zijn de onvervreemdbare mensenrechten (de absolute, niet de verwaterde varianten). Maak geen geld ten koste van menselijke levens.
Maar hoe jammer ook, groei en technologische vooruitgaan komen niet altijd in een gestaag, voorspelbaar tempo. Schokken en scheuren zijn ons deel. Economische groei is historisch zelden de norm,  beschavingen zijn fragiel. Zo is de gemiddelde levensduur van een beschaving 402,6 jaar. Sinds de val van het Romeinse Rijk duren beschavingen nog korter: 304,5 jaar.

Cowen legt graag morele dilemma’s voor zoals: Waarom ijs eten als er iemand in Malawi sterft van de honger? Inderdaad een – moreel – ingewikkeld dilemma, maar het antwoord vindt hij in ‘common sense morality’. Gezond-verstand-moraliteit valt vaker dan we denken samen met diepere ethische theorieën.
Ja, we zouden meer moeten weggeven, meer moeten doen om anderen te helpen, maar de juiste manier om de wereld te helpen is niet om alle welvaart te hervedelen of persoonlijke groei te beperken tot het globale minimum. Omdat op de lange termijn – wat onze focus dus zou moeten zijn – grotere welvaart de armsten het meeste zal helpen. Herverdeling van welvaart moet in dienst staan van economische groei: tot het punt waarop ze de groei van de duurzame groei maximaliseert. Kwestie van gezond verstand.

Drie vragen zouden onze politiek en filosofie moeten bepalen:
– Wat kunnen we doen om economische groei te stimuleren?
– Wat kunnen we doen onze samenleving/ beschaving stabieler te maken?
– Hoe gaan we om met milieuproblemen?

Onze beschaving kent prachtige pluralistische waarden. Deze behouden en uitbreiden zouden onze prioriteit moeten zijn. De beste manier om de levenstandaard en mensenrechten te bevorderen is duurzame economische groei. En ja, dat gaat ten koste van allerlei paradepaardjes en specifie beleid – de kans dat we fout zitten hiermee is overweldigend.
We moeten durven te staan voor de ‘goede samenleving’, al kan dat utopistisch lijken. Ook op individueel niveau moeten we onze verantwoordelijkheid nemen. We moeten niet bang zijn om op de lange termijn te denken: dit zal beter effect sorteren dan alles steeds geval voor geval te bezien. En tenslotte moeten we een diepe scepsis koesteren richting alle instrumentele ideeën die claimen “het goede” te kunnen bewerkstelligen.

En nee, het gaat dus niet alleen over hoe meer geld te verdienen. Cowen haalt instemmend Amartya Sen aan als hij zegt dat ‘positieve kansen’ doorgans belangrijker worden gevonden dan de hoeveelheid cash we op de bank hebben. Waarmee hij het midden houdt tussen het zelfredzame, individuele denken van Ayn Rand en de hedendaagse visie op waardecreatie, die uit meer bestaat dan alleen materiele winst.

ps: dit boek is uitgegeven door Stripe, een betalingsplatform, dat nu ook in boeken en andere media is gestapt. Interessant move.



Stubborn Attachments: A Vision for a Society of Free, Prosperous, and Responsible Individuals, 136 p, Stripe Press, 2018

LittleBitz: A new way of giving

Recently, I was interviewed by THNK, school of creative leadership, which I attended in 2012.

Find the interview by THNK’s Sophie Poulsen here, or below:

At the end of 2017, the number of forcibly displaced people reached a record high of 68.5 million. Fueled by the crises in the Democratic Republic of Congo and Myanmar, as well as the ongoing conflict in Syria, the number of displaced people is higher than it was after the Second World War.

Sadly, it is not very difficult to detach ourselves from human suffering when it is not happening in front of us.

How can we build authentic connections with people who are not that dissimilar to us and who, more importantly, desperately need our help?

Changing the way we give

LittleBitz originated from a group of people across the public and private sectors – from McKinsey and private investors to UNICEF and government workers – who saw an opportunity to change the way we give.

“Our big ambition is to do what Uber did to the transport sector and what Airbnb did to the housing sector. We’re connecting people,” says Pepijn van Dijk, THNK Class 1 participant and Director of LittleBitz.

Instead of giving your money to an organization, LittleBitz makes it possible to send money directly to an individual listed in the UNHCR’s database of displaced persons. The database contains ample information like their living conditions, their past medical history, and the size of their family, providing a “strong KYC,” as Pepijn puts it.

In essence, LittleBitz cuts out of the middleman, allowing you to upload “digital change” to your wallet and donate directly to an individual of your choice.

LittleBitz was designed to meet modern demand for transparency. “It’s pretty outdated to say ‘just trust me,’” according to Pepijn. This is why every time you donate through LittleBitz, you receive a confirmation of withdrawal from the donee.

Pepijn believes that “by making it more transparent, people’s insight and understanding of the situation will grow.” In other words, LittleBitz fosters empathy by connecting donors with the people to which they donate.

Why change?

NGOs are trying to modernize and new aid models are popping up, such as the WFP’s Building Blocks program and 100WEEKS.

According to Pepijn, though, there is still a ways to go, as the humanitarian aid sector is typically “a bit wary of adopting real digital change” because of its “culture comes from a business model that doesn’t give incentives to adapt to markets. Change and innovation are not rewarded. So, why change?”

While LittleBitz removes the middleman from the equation, Pepijn insists that they “don’t want to kill NGOs.” Rather, they want to build a platform that NGOs can use once it is proved successful and ready to scale.

There are over 60 million displaced people who need help – and it is not a question of whether we can help them, but how we can help them. LittleBitz is doing something the aid sector has been trying to do for years: using tech to face the global issues of our time.

***The LittleBitz app will be piloted in December.

 

https://www.thnk.org/blog/littlebitz-a-new-way-of-giving/

%d bloggers like this: