John Fante – Ask The Dust ****

Ask The Dust

Sometimes, you just need to follow the advice of experts. Ask the Dust figures on many list of “most underrated books ever”. It is used in writing classes to teach the importance of having your own style and rhythm. It was the book that made Charles Bukowski finally understand what literature was meant to be. He later stated that Fante was ‘his God’.

It is indeed a powerful read, that deserves more praise. I especially loved Fante’s ability to make me part of the misery and despair of the two protagonists, who, in their struggle to keep up their hopes for a better future, destroy every chance to ever attain it.

Book

How I Learned to Understand the World: A Memoir: Rosling, Hans:  9781250266897: Amazon.com: Books

Hans Rosling’s book Factfulness did a fantastic job demonstrating how little we know about the world and how ignorant our models and assumptions are. His biography, published posthumously, takes us on a tour around the world, following Rosling’s career as doctor and researcher.
It is a great story of a man guided by curiosity and the will to change the world for the better. A truly unique man.

Book

Ride of a Lifetime

As long time CEO of Walt Disney, Bob Iger has some lessons and insights to share with us. It’s wonderful to get a peek into the famous entertainment company, but as a creative leadership guide book it is somewhat disappointing. Iger is a business man, proud of his deals and his great success, which he doesn’t mind stressing. Unfortunately, this clouds the more humble leaderships, more interesting, lessons, that, doubtlessly, could’ve been told as well. Bill Gates, Brené Brown and Steven Spielberg seem to think otherwise – maybe it takes an American to fully appreciate Iger’s approach.

Creativity Inc describes a similar world (Pixar), but does a far better job in explaining how creativity works and what’s needed to stay atop of the entertainment heap.

Book

Pieter Waterdrinker – Poubelle ****

Poubelle

Pieter Waterdrinker heeft zo langzamerhand een stevig oeuvre bij elkaar geschreven, dat steeds beter zijn weg naar het grote publiek weet te vinden – mede door de mooie recensies. Op mijn vraag met welk boek ik zou moeten beginnen, antwoordde Waterdrinker (via twitter) dat Poubelle een goede introductie zou zijn.

Hij had gelijk. Het boek stelde niet teleur: grote thema’s, veel dramatiek, helden en anti-helden, politiek, seks, actualiteit. Het zit er allemaal in, met een scherpe kritiek op de moderne maatschappij.
Dat de auteur in zijn lyriek af en toe uit de bocht schiet, zien we graag door de vingers. Hij doet het immers met veel zwier.

Boek

History has begun – Bruno Macaes ****

Again, a great, counter-intuitive, book by Bruno Macaes, who’s gaining real traction as one of today’s most interesting thinkers – and prolific twiterazzi. After China and Europe he now turns to the US.

His thesis on the United States is not as multi-layered as his last two books on Eurasia and the Belt and Road, but carries nevertheless a great insight: the US is living in a fantasy world, of its own making. The laws of reality don’t apply to America anymore – it is carving out a parallel universe for itself.

The walls between Hollywood and politics, between the fake world and reality, have crumbled. Life is one big show. As Trump would say: “My election night was one of the greatest nights in the history of television!”.

We, rational Europeans will never really understand this mindset, this willingness to deny gravity. The concept of the West will change, with a post-truth America no longer the harbinger we have been relying on.

Bruno Macaes warns that the ties with former colonial power Europe will eventually be severed as the US is charting it’s own future. Free, from reality and from those with less appetite for fantasy.

Stay tuned!

Book

Existential risk and the future of humanity, luidt de ondertitel. Geen kleinigheid dus, dit boek. De helft van het boek bestaat uit voetnoten en bijlages – het is duidelijk dat de auteur aan Oxford filosofie doceert. En dat maakt het The Precipice juist goed; het boek zit bomvol interessante feiten die ook nog goed onderbouwd (en doorgerekend) worden. Laten we Ord daarvoor prijzen: er zijn al genoeg feitenvrije meningen over…alles.

Toby Ord zet de risico’s dat wij uitsterven – dat de mens geheel wordt uitgeroeid – op een rij. Welke gebeurtenis gaat ons de genadeklap geven? Er zijn drie soorten existentiële risico’s: natuurlijke risico’s, mens-gemaakte risico’s en toekomstige risico’s (met name AI). Het lot van de dinosauriërs zal ons niet treffen; we hebben alle kometen in het snotje, en degene die op de aarde zouden kunnen storten zijn niet groot genoeg om ons existentieel te bedreigen. Wel zouden er in dat geval miljoenen doden kunnen vallen, maar als soort overleven we het.
Gevaarlijker zijn uitbarstingen van supervulkanen die een aslaag over de aarde kunnen leggen en ons zo letterlijk laten stikken. Van de risico’s van eigen makelij springen klimaatverandering, vernietiging van de natuur en nucleaire wapens eruit. Hoewel rekenkundig waarschijnlijk geen existentieel risico, schat Toby Ord de risico’s van elk van deze drie apart hoger in dan die van de natuurlijke risico’s bij elkaar.

Nog groter gevaar lopen we als het technologisch mogelijk wordt dat mensen pandemieën over de aarde laten gaan: – bioterrorisme dus. Een degelijke aanval zal ons doen terugverlangen naar de huidige coronaperikelen. Echter, de grootste bedreiging voor het menselijk potentieel komt voor rekening van ongecontroleerde AI: 1 op 10 kans dat slimme intelligentie, gone rogue, onze ondergang wordt.

Alles wikkend en wegend schat Toby Ord de kans dat we in de komenden 100 jaar uitsterven op 1 op 6. Extreem hoog, naar mijn mening. Alsof we Russisch roulette spelen met onze toekomst. Maar dus ook 5/6 kans dat dit niet gebeurt! Willen we onze menselijke potentie niet in de knop laten breken dan zullen we wel met man en macht de schouders eronder moeten zetten. Het mag niet een academische exercitie blijven – overleven doe je met zijn allen.

En dat terwijl we pas aan het begin staan: wij mensen zijn nog maar 200.000 jaar bezig. We hebben misschien nog wel 9.800.000 jaar te gaan. We gaan nog zoveel spannends meemaken. Een kans die we niet mogen laten lopen. Omdat er zoveel waardevols in het verschiet ligt. En omdat we niet mogen beslissen over toekomstige generaties. Immers, waarom zou een leven nu, meer waard zijn dan een leven over 2 miljoen jaar? Wij zijn het aan ons (verre) nageslacht verplicht om niet uit te sterven.

Toch is dit ook de achilleshiel van het betoog: want waarom is het – in absolute zin – erg als we uitsterven? De aarde zal ons dankbaar zijn: ze krijgt dan even een adempauze. En de ongeboren generaties kunnen niet treuren om het feit dat ze niet geboren zullen worden.

Een filosofische vraag wellicht, maar wel een die de filosoof Ord iets beter had mogen beantwoorden.

Podcast van 80.000 hours

Boekhandel

Moroccan desert

Road in Shanghai, China

Shanghai, China

Gas station, Uganda

Bwindi, Uganda

Tower of Silence, Iran

De oud-mentor van Zuckerberg doet een oproep.

Dit zou een veel groter onderwerp van debat moeten zijn.

Intrigerende nieuwe roman van de schrijfster van Station Eleven, die het verhaal van Bernie Madoff en de wereld van haute-finance vervlecht met het het leven van een zonderlinge schoonheid die luistert naar de jongensnaam Vincent.

Het mooiste element van het boek is de idee van een “counter-life”: een leven dat je niet leeft, maar had kunnen leven. Of had willen leven. Het tegen-leven.
Op een gegeven moment lopen het echte leven en het tegen-leven van de hoofdpersonen door elkaar. Dit spel tussen feit en fictie werkt goed.
Emily St. John Mandel wijdt hier maar een paar hoofdstukken aan; misschien had ze hier haar hele boek omheen moeten bouwen.

The Glass Hotel – Emily St John Mandel, 2020

Een uiterst besmettelijk en dodelijk virus gaat in no-time de wereld over. Niemand blijft gespaard. In eerste instantie hamsteren mensen wc-papier en blikvoedsel, om al snel gegrepen te worden door doodsangst. Miljoenen slaan op de vlucht, in de hoop een veilige plek te vinden.
Tevergeefs. Het grootste deel van de mensheid gaat er aan.

Twintig jaar later bevinden we ons in een apocalyptisch maanlandschap. De aarde is eeuwen in de tijd teruggeworpen. Niets werkt meer. Er is geen internet, geen elektriciteit. Men leeft op de ruïnes van onze samenleving; auto’s en Wallmarts zijn overwoekerd door de natuur
De overlevenden hebben zich aangepast, en hebben kleine nederzettingen gesticht. Het onderlinge wantrouwen is groot, overleven is het devies.

Maar er is ook hoop. Toneelgezelschap The Travelling Symphony gaat van dorp tot dorp om Shakespeare op te voeren. Muziek en dans bieden wat troost in deze harde wereld. Iets van de vervlogen tijd herleeft.

St. John Mandel is een meester in het vervlechten van verhaallijnen en schrijft zeer beeldend. Je ziet die karavaan echt voor je.

Alleen echt goede schrijvers weten het ongelooflijke geloofwaardig te maken.

Station Eleven – Emily St. John Mandel, 2015

Larger than life

Goed geschreven, biografisch verhaal over een bijzondere familie, die een eeuw geschiedenis bestrijkt – en en passant mede vormgeeft.
Een must-read.

De Stamhouder – Alexander Münninghof, 2014

Normaal gesproken zou ik niet snel een boek over zombies lezen. Deze corona-tijd zorgt er blijkbaar voor dat ik voor dit genre open sta. Gelukig maar, want World War Z: An Oral History of the Zombie War is een geweldig boek.

Zombies zijn, in de versie van Max Brooks, als een virus dat de aarde in moordend tempo overgaat. Aan de hand van interviews met ooggetuigen kijken we terug op de oorlog die de mensheid moest voeren met de ondoden. Hoe zombies de wereld teisterden en op een haar na de mensheid hadden uitgeroeid. We leren hoe verschillende landen reageerden. Ook toen traden – net als nu – de Israeli en de Zuid-Afrikanen doortastender op dan menig Europees land. Uiteindelijk weten ‘we’ terug te vechten, maar de prijs is enorm.

Door de kaleidoscopisch aanpak, de ‘interviews’ met mensen uit elke uithoek van de wereld (zombies kennen, net als virussen, geen grenzen) krijgen we een brede blik op de psyche van de mens voorgeschoteld; de angstigen, de dapperen, de moordenaars, de filosofen.

De cover belooft veel bloed en slijm – ik vond het vooral een mooie allegorie voor het einde der tijden. Waarbij de paar vrijheidsbeperkende maatregelen van Rutte en consorten die we nu ondergaan verbleken tot een walk in the park. Dit boek is veel meer dan een horrorklassieker, het is een metafoor voor onze tijdelijkheid op aarde.

Wat een en ander helemaal afmaakt is dat auteur Max Brooks sinds de verschijning van dit boek in 2006 de wereld rond gaat als zombie-expert. Hij geeft zelfs les aan West Point, de militaire academie in de VS.
Zelfs het grootste leger op aarde kan zich niet veroorloven geen rekening te houden met de volgende zombie-uitbraak.

World War Z: An Oral History of the Zombie War, Max Brooks, 2006

David Hume zei het al: de praktische reden alleen is niet voldoende om mensen moreel te motiveren. Feiten moeten beleefd worden. Voor we ergens over gaan nadenken, moet het ons eerst wat kunnen schelen.
Vanuit Hume zijn we snel bij fake news, dat zo onweerstaanbaar is omdat het bevestigt wat we toch al voelden. “Zie je wel!”

Dit is een prettig lezend essay, hoewel weinig opzienbarend. Heijne legt uit dat de menselijke neiging tot sensatie en emotie schade aanricht, en dat als we ons zou laten leiden door feiten en rede de wereld er beter uit zou zien. Maar ja, we geloven nou immers de feiten die bij ons wereldbeeld passen. En zijn op die manier rijp voor charlatans en populisten die, gewapend met de kanonnen van de social media, ons voor hun karretje spannen.

Grote schuldige is in de ogen van van Heijne, het maatschappelijk vacuüm dat is ontstaan door de overwinning van het liberale wereldbeeld : er is geen ruimte meer voor een radicaal ander wereldbeeld. De bestuurlijke elite zorgt ervoor dat de deksel op de pot van alternatieven stevig dicht blijft. Het debat is dood. Elitekritiek is hiermee kritiek op het liberalisme .
Die kritiek is niet nieuw. Er is echter een scherpere variant bijgekomen: de wens het liberalisme niet te hervormen, maar haar te vernietigen. En dan wordt het gevaarlijk. Dan verliezen we ons mens-zijn.

De oplossing zou zijn; opnieuw werken aan samenhang, gesteund door een gezamenlijke visie op toekomst. In navolging van Jezus, Ghandi en MLK, zouden we weer in staat moeten zijn betrokkenheid bij de ander te voelen. Leren om tegen je eigenbelang in te denken. Pas als we dat weer kunnen opbrengen keren we terug bij wat het betekent om mens te zijn.

Verbeelding, geen inbeelding.

Mens/Onmens, Bas Heijne, 2020

Vriendschap weegt het zwaarst

Mooi geschreven boek over een man die te horen krijgt dat hij nog maar kort te leven heeft. Hij verkoopt zijn uitgeverij en kijkt terug op zijn leven. Hij haalt de banden aan met familie, en herleest de brieven die hij stuurde aan zijn vrouw, nadat ze was overleden. Als terminale man ziet hij de wereld met een bedroefde, maar open blik. Hij weet onverwachts nieuwe vriendschappen te sluiten.

Dat een aantal maanden later de diagnose foutief blijkt is een schok en enorme opluchting tegelijk, maar heeft hem vooral een grote les geleerd: vriendschappen en liefde maken het leven bijzonder.

Pascal Mercier, Het gewicht van woorden, 2019

The guilty elites

From a Martin Gurri piece at Mercatus:

“When populists are accused of being offensive or unethical, we must keep in mind that their accusers—establishment media and political actors—have already been judged and found guilty by the public.

For this to change, the elites have to change. Somehow, those at the top have to regain their good character in the eyes of the public. They must discover ways to win respect in the chaotic theater of the web, and they must develop a rhetorical style adapted to the digital age. The fact that, so far, they appear utterly unwilling to try should not be surprising. If the 20th century was a golden age of top-down control, the 21st is a sort of Dante’s Inferno—with ever deeper circles of torment—of the elites. A reactionary temper is the natural outcome of such a fall from the heights”

If the premise is true, Biden is toast…

Read more here

Het allesverwoestende beest

La Bestia – het beest – is de bijnaam van de goederentrein die van Midden-Amerika naar de VS raast en waar honderdduizend gelukzoekers zich letterlijk aan vastklampen. Op weg naar haar het beloofde land: Amerika. Op zoek naar een betere toekomst.

Zo ook de klein Nico die dagelijks met gevaar voor eigen leven afvalstortplaatsen afstruint op zoek naar iets verkoopbaars. Samen met zijn moeder scharrelt hij net voldoende bij elkaar om de drugsgang, die hen afperst, te betalen. Tot het niet meer lukt, en Nico moet vluchten om niet gerekruteerd te worden in een van doodseskaders van Guatemala.

Nico en zijn leefijdgenoten staan onderaan de lange keten van de internationale drugswereld, die loopt van de sloppen van Midden-Amerika tot de hippe clubs in New York. Daartussen trekt de productie en handel in drugs een verwoestend spoor.

Ruim 700 spannende pagina’s lang denderen we door een wereld van geweld en corruptie. Verslaafde prostituees, dubieuze politici, bloeddorstige drugsbazen, ontketende drugsrechercheurs, vermoorde journalisten. Hun levens worden bepaald, vaak vernietigd, door de drugs.
In een rechtstreeks aanklacht tegen de schimmige mores van het huidige D.C. komen Trump (Dennison) en zijn schoonzoon Kushner (Lerner) ten tonele: de eindbazen van deze geldmachine.

Aan het einde van deze rit was ik boos en uitgeput. En een belangrijke ervaring rijker. Een beest van een boek.

The Border, Don Winslow, 2019

Patagonia-oprichter Yvon Chouinard is een activistische miljardair, een rotsklimmende ondernemer en een CEO zonder kantoor. Kortom, een bijzondere man.

Zijn fascinerende levensverhaal en zakelijke succes roepen twee vragen op:

  1. Als het echt zo is dat goede mensen geen vaste kantoortijden nodig hebben (let my people go surfing), waarom stoppen we dan mensen nog steeds acht uur per dag in non-descripte, slecht geventileerde gebouwen?
  2. Patagonia houdt compromisloos vast aan het adagium dat zijn producten zo min mogelijk schade aan de natuur aanrichten: waarom krijgt dit niet meer navolging?

Mogelijke antwoorden:
1. De meeste mensen doen niet wat ze echt leuk vinden en hebben dus dwang nodig
2. De meeste mensen hebben moeite lange termijnbelangen op waarde te schatten

Chouinard is in de tachtig, wie durft het over te nemen?

Let my people go surfing, Yvon Chouinard, 2016

Dit wordt een cult-klassieker

Indringend door zijn close-ups van verweerde koppen, de waanzin en de claustrofobische spanning.
Verwarrend en prikkelend door de interpretatie en combinatie van de Proteus en Prometheus mythes
Edgy vanwege het lijkenpikken, het overmatige drankgebruik en het brute geweld.

En Willem Dafoe!

Wat een (licht) baken van originalitiet.

Deze film vergeet ik niet snel meer.

Boeken over persoonlijke ontwikkeling komen in alle soorten en maten; van beroerd geschreven quatsch tot literaire leiderschapslessen. Het aardige van Time and How to Spent it, is dat het zich richt op het enige aspect van ons leven dat voor iedereen gelijk is: tijd.
Het maakt nogal uit hoe we onze tijd op aarde indelen.

De ambassadeurs van dit boek stellen dat dit de definitieve samenvatting is van alle boeken over gelukkig en zinvol leven. En – gelukkig – is ook deze samenvatting weer samen te vatten in een checklist.

Een zinvol leven volgt STORIES, waarbij elke letter staat voor een richtlijn:
Story (je bent de held van je eigen verhaal)
Transformation (maak je potentie waar)
Outside and offline (spreekt voor zich, en iedereen weet dat dit waar is)
Relationships (keer op keer de belangrijkste reden voor geluk)
Intensity (zoek ervaringen – en niet op de bank zitten)
Extraordinary (wijk af van de standaard)
Status and significance (echte status (en daarmee geluk) komt door wat je betekent voor anderen)

Allemaal waar, en morgen meteen toepassen als je het nog niet doet.
En houd dan op met jezelf proberen te ontdekken, en besteed meer tijd aan het ontdekken van de wereld.

Time and How to Spend it – James Wallman, 2019

Niet-lezen voor lezers

Boekje met originele invalshoek: hoe je over boeken kunt praten die je niet hebt gelezen.

Pierre Bayard, hoogleraar Franse literatuur in Parijs, introduceert een geestige onderverdeling: boeken die hem onbekend zijn/ boeken die hij heeft doorgebladerd / boeken waarvan hij gehoord heeft/ boeken die hij is vergeten. Elk boek dat hij bespreekt plaatst hij in die verdeling. En, voorziet het ongelezen/ doorgebladerde/ onbekende boek van een waardeoordeel: van ++ (zeer positief) tot – – (zeer negatief).

Bayard bevindt zich in goed gezelschap. Grote schrijvers als Eco, Wilde, Greene plaatsten ook vraagtekens bij de noodzaak individuele boeken helemaal te doorgronden. Oscar Wilde was van mening dat 10 minute lezen in een bepaald boek voldoende is. Langer lezen is een teken van ijdelheid.

Grappig genoeg maakt Bayard aannemelijk dat het mogelijk is een oordeel te geven aan ongelezen boeken. Vanwege het diepere inzicht dat een geïsoleerd boek niet bestaat. Elk boek maakt onderdeel uit van een groter geheel, een collectieve bibliotheek, die we niet in zijn geheel hoeven te begrijpen om de losse elementen op waarde te kunnen schatten. De truc is de plek van het boek in deze collectieve bibliotheek te bepalen. Het boek krijgt zo betekenis, net als een individueel woord andere woorden nodig heeft om echt zinvol te zijn.

Comment parler des livres que l’on n’a pas lus? – Pierre Bayard, 2007

Het goede nationalisme

‘Vroeger’ was nationalisme een instrument in de handen van de elite om, top-down, de massa te sturen. Tegenwoordig is het omgekeerd: hoewel de elite het meeste heeft te winnen bij een geglobaliseerde wereld, zal ze uit een anderr vaatje moeten tappen als ze de “het volk” mee wil krijgen.
Het volk beweegt, en wel op de golven van het nationalisme.

De wereld is veranderd. Zoals Dani Rodrik al zei: hyperglobalisering gaat niet samen met democratie. Maar wat is de goede balans? Deze vraag probeert Yael Tamir te beantwoorden in “Why Nationalism”.

Om te beginnen is er de vraag wat nu echt een natie is. Door de geschiedenis heen heeft de natie verschillende schaalgroottes gekend. Normandiërs en Corsicanen gingen op in de nieuwe entiteit “Fransman’ en wat we nu Duitsers noemen waren ooit Brandeburgers en Beier. Het antwoord is dan ook niet eenduidig.

Eén les kan er wel getrokken worden: legitieme naties baseren hun bestaansrecht per definitie op meer dan pragmatische overweging zoals territorium of de reikwijdte van de wet. Cultuur en geschiedenis spelen een cruciale rol. Daarom zal de EU ook nooit een natie worden: ze bezit alleen utilitaristische – technische – oplossingen; een van de redenen dat we nu binnen Europa een opleving van de kleinere regio’s en naties zien.

Tamir betoogt dat, hoewel de natiestaat onder druk staat (door afkalving van haar macht, de continue veranderende culturele samenstelling en de verplaatsing van een deel van monetair en fiscaal beleid) ze nog steeds springlevend is. Men blijft hechten aan de natiestaat op een manier die weinigen voorzien hadden. Een geglobaliseerde wereld zal deze plek nooit kunnen innemen, omdat we ten diepste verlangen naar autonomie, de wens een leven te leiden in een gemeenschap en tradities van generatie op generatie willen doorgeven.

Hyperglobalisering
Deze hyperglobalisering, die ze overigens nergens goed definieert, is volgens Tamir de bron van alle kwaad. De samenleving valt uit elkaar. Het gat tussen de 1% een 99% wordt verder vergroot, waardoor ook de middenklasse haar traditionele positie en status verliest. Sociaal en economisch pessimisme is het gevolg. Daarbij komt dat de groeiende macht van enorme bedrijven en instituties, pogingen van individuen om hun eigen leven vorm te geven in toenemende mate zinloos maakt. Wat het gevoel van hulpeloosheid verder vergroot. Deze frustratie en wanhoop wakkeren het wantrouwen in politiek aan en verdiepen sociale scheidslijnen. De samenleving dreigt een slagveld te worden.
Om hier tegenwicht aan te bieden, wordt het oude nationalisme van stal gehaald. Maar hiermee wordt een doos van Pandora geopend.

Wat ze de liberale elites het meest verwijt is dat ze de impact van immigratie en groeiende diversiteit negeren of, erger, stellen dat het een win-win is. Dit is de grote aanjager achter de de revolte tegen de liberale elite, die nu door Europa jaagt. Het is niet mogelijk om tegelijkertijd een open en een hechte gemeenschap te zijn: een van de twee zal geofferd moeten worden.
Dit niet willen (durven?) onderkennen is het grootste probleem van de liberale elite. Er is een moment waarop diversiteit, de verandering van de publieke sfeer, omslaat van stimulerend in bedreigend. Deze grens van “redelijke diversiteit” oversteken leidt tot het tegenovergestelde: een verlangen naar de homogeniteit van weleer.

Hoe dan wel?
Nationale sentimenten zouden ten positieve aangewend moeten worden. Om individuen voldoende reden te geven samen te werken en de risico’s en kansen eerlijker te verdelen. Deze aanpak zou moeten leiden tot een “coalitie van burgers” uit de verschillende klassen.

Tamir ziet in dit proces een grote rol voor de overheid, omdat er moet worden bijgestuurd. De machtsbalans in de wereld verschuift, goed onderwijs is niet meer voldoende om een succescol leven te bemachtigen, kortom: de onzekerheid groeit, men kan het niet meer alleen.

Ze pleit voor een middenweg: liberaal nationalisme. Een nationalisme dat liberaler en toleranter is kent de volgende eigenschappen:
1. Liberaal nationalisme is niet op superioriteitsgevoel gebaseerd, maar op geloof dat anderen dezelfde aanspraak kunnen maken op het hogere doel. Hiervoor is het wel noodzakelijk dat er een visie is op wat een natie bindt: cultureel, taal, politieke principes, tradities, geschiedenis etc. En dat die wordt uitgedragen in het publiek debat en het onderwijs.
2. Omdat geen enkel land cultureel, etnisch of religieus helemaal homogeen is, moeten minderheden zich beschermd weten.
3. Iedereen moet zich eerlijk behandeld voelen. De zwakken empowered en de machtigen ingesnoerd.
4. Optimisme en collectieve trots moeten worden gestimuleerd, als bron van nieuwe energie en richting.

Kortom, een pleidooi voor een samenleving gebaseerd op een mix van ideeën, gericht op het compromis. Het gaat om balans, matiging en “just the right amount”. Nationalisme mag geen instrument in de handen van extremisten worden. Maar moet weer centraal staan in de ordening van de samenleving. Nationalisme als lijm voor de samenleving.
Hoewel ze met grote sprongen door vele open deuren stapt, is de analyse natuurlijk correct.

Helaas blijft het bij de analyse. De vier punten hierboven zijn zo algemeen, en weinig spannend, dat ze weinig nieuws brengen. Dit belijden we immer al met mond in de westerse wereld. Maar deze punten werken in de pratijk blijkbaar niet of onvoldoende. Zo gaat het erom wat we niet meer doen. Waar we mee stoppen. Niet alleen om balans vinden, maar ook grenzen durven stellen. Budgetten te verschuiven. Dappere keuzes te maken, zonder zekerheid te hebben op de uitkomst. We rennen nu van “neoliberale hyperglobalisering” naar het andere uiterste; hard nationalisme. Dat is onnodig, en schadelijk. Onze uitdaging is de pendule halverwege te stoppen, daar waar een mensenrechten en vrijheid in balans zijn met solidariteit en groepsidentiteit.
Een gigantische opgave, die Yael Tamir waarschijnlijk graag aan de mensen van de praktijk over laat.

Why Nationalism, Yael Tamir, 2019

WO I – op z’n Hollywoods

Morgenochtend weten we of de wijze oude mannen van de Oscarorganisatie “1917” uitgeroepen hebben tot beste film van het jaar. Volgens de bookmakers is die kans aanzienlijk. Het zou onterecht zijn. Geef de mannen van regisseur Sam Mendes meteen de award voor beste cinematografie of cameravoering: 1917 is werkelijk prachtig gemaakt. Maar er zijn dit jaar vele films geweest die de prijs voor beste film meer verdienen.

Het verhaal is te dun, en hele passages zijn zeer ongeloofwaardig. Maar mijn bezwaar richt ze vooral op de clichés over oorlog die we voorgeschoteld krijgen. Met als dieptepunt de minutenlange scène waarin onze vluchtende held zich bekommert om een baby in een vervallen huisje, slechts verlicht door haardvuur, terwijl de nazi’s op hem jagen en de gebouwen om hem heen in lichterlaaie staan. Mochten we niet meteen geëmotioneerd raken, is er de aanzwellende muziek om ons in de juiste stemming te brengen.

Regisseur Mendes zei in een interview dat hij grote kaskrakers (als Skyfall) maakt om de ruimte te creëren dergelijk, spannend, schurend, werk te kunnen maken ( “one for the studio, one for myself”). Ergens denk ik dat hij dan toch ook niet tevreden kan zijn…



Er wordt een hoop geschreven en geopinieerd over de gevolgen van de digitale revolutie. Veel is van het niveau “Facebook heeft Trump verkozen” of “Big data maken alles kapot”.

Zo niet ‘The Revolt of the Public’: dat gaat verder waar de meeste – gemakkelijke – analyses stoppen. Het boek kwam uit in 2014 en voorspelde de opstanden die nu overal plaatsvinden. De auteur, Martin Gurri, is een oud-CIA-analist en in Nederland vrijwel onbekend. Hij wijdt zijn leven tegenwoordig aan het beschrijven van de invloed van tech op de samenleving. Gurri’s analyse is wars van modieuze voorspellingen, en kritisch op vaak slecht onderbouwde mediahypes. En heeft hiermee enig aanzien verworven in Sillicon Valley.

Zijn analyse komt hier op neer: door de digitale revolutie (de vloedgolf aan data in combinatie met feit dat de waarheid door iedereen is te betwisten) staan alle instituties op omvallen. De traditionale gezagsverhoudingen zijn totaal veranderd.
Het informatiemonopolie, tot voor kort stevig in de handen van de elite, is weggeslagen en ‘het publiek’ doet nu heel eenvoudig mee aan het politieke debat. En wat het publiek ziet valt vies tegen, nu de elite zo naakt uit de coulissen heeft moeten treden.
Hierdoor is er een opstand tegen de instituties — overheid, media, academia — ontstaan. Wereldwijd brengt deze onvrede miljoenen mensen op de been. Van Venezuela tot Hong Kong, van de gele hesjes in Frankrijk tot de demonstranten op de Filippijnen. En ook de steun voor Trump in de Verenigde Staten en de Brexit mogen we hieronder scharen.

Gurri vreest dat de democratie het slachtoffer zal worden. Deze transparantie en stortvloed aan informatie zorgt voor een permanente staat van rebellie, waarin vernietiging van de status quo wordt geëist. Zonder dat iemand weet – of zich afvraagt – wat erna moet komen. Dit politiek nihilisme is een groter gevaar voor de democratie dan menigeen denkt. In zo’n samenleving is iedereen tegen zonder te weten waar ze voor zijn. Wat we dan overhouden is destructie als model.

In dit interview met Gurri gaat hier verder op in en hier meer in zijn eigen woorden.

The Revolt of The Public, and the crisis of authority in the new millennium – Martin Gurri, 2018 herziene editie (alleen te krijgen via Amazon)

Levenslang

Maris Coppoolse is een gevierd kunstenaar. Maker van groots werk en geëerd met een overzichtstentoonstelling in het Stedelijk. Hij is echter ook een gekweld figuur, drager van een groot geheim. Hij wordt achtervolgd door een schaduw uit zijn jeugd die een zwarte sluier over zijn leven legt: hij worstelt met vrouwen, met zijn kunst maar vooral met zichzelf.

Ik was gefascineerd door deze boerse kunstenaar, door deze man die moeite heeft zich te beheersen en zich aangetrokken voelt tot mismaakte mensen. Die in staat is tot het creëeren van grote schoonheid, maar zelf steeds weer op zoek is naar de uitgang. Maris grijpt het leven bij de keel, zodat het het hem niet de baas wordt.

Prachtige roman, in mooie, directe taal. Oek de Jong heeft er een fan bij.

Oek de Jong – Zwarte Schuur, 2019

In feite heeft Baricco, met The Game, een lang essay geschreven. Een tekst zoals een essay bedoeld is: een onderwerp onderzoeken, binnenstebuiten keuren, de materie proberen te begrijpen; essayer.
Baricco heeft een originele, persoonlijke filosofische stijl, die soms praktisch en dan weer hoogdravend is.

Baricco schotelt ons een vermakelijke zoektocht voor langs de verschillende mijlpalen van de digitale revolutie: van de Commodore 64 tot Artificial Intelligence. We navigeren langs de laatste paar decennia – per hoofdstuk wordt er een deel van de landkaart ingevuld. De kracht van deze aanpak is dat Baricco ons laat zien hoeveel er is veranderd in een relatief korte tijd. Hoe kort geleden ik nog op mijn, inmiddels prehistorische, GameBoy speelde. En hoe wezenlijk de huidige wereld is veranderd.

Ook snijdt zijn kritiek hout: dat we het normaal vinden om een groot deel van de dag gekromd achter een beeldscherm door te brengen is niet per se een teken van evolutie. Baricco stelt dat deze mens-toetsenbord-scherm positie zo gemeengoed is geworden, dat ze kan dienen als logo voor de moderne mens. Het is inmiddels niet alleen meer een fysieke, maar ook een mentale houding.

De smartphone biedt juist voor onze mentale strijd een oplossing.
De nieuwe, digitaal verslaafde, mens is niet een product van de smartphone, het is andersom. De mens die een uitweg zocht heeft de smartphone uitgevonden: om te ontsnappen uit de gevangenis van onzekerheid, op zoek naar antwoord op onze vragen. Angst smoren met een druk op de knop.
Deze nieuwe wereld, waarin alles een spel lijkt, heet The Game.

Op 9 januari 2007 ontstond the Game, toen Steve Jobs in San Francisco de iPhone presenteerde. Geen theorieën, maar een praktische tool die de wereld zou veranderen. Jobs en Apple plukten de vruchten van deze digitale revolutie, gelanceerd door drie gebeurtenissen in de decennia ervoor:
1) het digitaliseren van teksten, geluiden en beelden. Cd wordt dvd, via de mp3. Grofweg de periode 1982-1995.
2) Het succes van de pc, in een briljante combinatie met Windows 95. Van mid jaren 80 tot halverwege jaren 90.
3) Het verbinden van alle computers. De start lag in 1969 met de uitvinding van Arpanet, de finish werd een kleine dertig jaar later bereikt met de lancering van Google.

Nevenwereld
De digitale wereld is een nevenwereld. Een parallelle wereld waar eerst alleen goederen heen gingen, maar tegenwoordig ook mensen – zoals via Facebook. Dagelijks vindt er een uittocht uit de echte wereld plaats – naar de digitale. Verander de tools en je bouwt een beschaving.

Baricco gaat zover te stellen dat om in deze wereld te overleven, elk product, mens of dienst het genetisch erfgoed van computerspellen in zijn DNA moet hebben: een aangenaam design, een helder probleem-oplossing ritme, snelle bevrediging, steeds moeilijkere levels, leren door te proberen en niet door te studeren, onmiddellijke beschikbaarheid en de geruststelling van een puntentelling.

Van Baricco mogen we van deze constatering “nerveus worden”.
Onze mentale houding verandert hierdoor. Immers, als de smartphone het leven zo makkelijk en overzichtelijke maakt, waarom mag ik dan niet hetzelfde verwachten van onderwijs, reizen of eten? Zijn we niet allemaal van mening dat deze simpele regels van toepassing zijn op alle aspecten van ons leven. We hebben de weg van The Game gekozen. Dit spel definieert de nieuwe structuren, er zijn nieuwe allesbepalende regels.
We zijn eraan gewend geraakt dat we toegang kregen tot alles: via Spotify tot alle muziek, via Netflix tot (bijna) alle films. Het Alles is handelswaar geworden. Waarmee het gevaar van monopolistische allesvreters opduikt; Google, Facebook, Amazon…

De oude wereld staat erbij en kijkt ernaar: de elites voelen zich aangevallen, zonder goed te begrijpen waar de aanval vandaan komt. En The Game steekt nu ook zijn kop op in de politiek. Het gaat niet langer gaan om techniek, rationaliteit en efficiency. Vloeibare figuren zullen de toekomst bepalen.

Antwoorden na Google
Baricco stelt veel vragen, schetst trends en zoekt naar diepere oorzaken. En introduceert mooie neologismen als snelwaarheid: een nieuwsbericht dat niet per se waar is, maar simpelweg sneller dan andere berichten de oppervlakte heeft bereikt en zich daar nestelt goed zichtbaar voor het publiek. Als waarheid.

Hij pleit voor een reset van het grote spel. De nieuwe technieken moeten niet alleen door mensen geproduceerd worden, ze moeten ook voor mensen geschikt zijn. De instellingen van The Game moeten dus worden bijgesteld, zodat het weer een verhaal van mensen wordt.

Dat is een schier onmogelijk taak, een buiten bereik van de huidige spelbepalers. Want de antwoorden, de noodzakelijke verandering van de vermolmde – oude – wereld, kunnen alleen komen van iemand die na Google is geboren.

The Game – Allesandra Baricco, 2019

%d bloggers like this: