WO I – op z’n Hollywoods

Morgenochtend weten we of de wijze oude mannen van de Oscarorganisatie “1917” uitgeroepen hebben tot beste film van het jaar. Volgens de bookmakers is die kans aanzienlijk. Het zou onterecht zijn. Geef de mannen van regisseur Sam Mendes meteen de award voor beste cinematografie of cameravoering: 1917 is werkelijk prachtig gemaakt. Maar er zijn dit jaar vele films geweest die de prijs voor beste film meer verdienen.

Het verhaal is te dun, en hele passages zijn zeer ongeloofwaardig. Maar mijn bezwaar richt ze vooral op de clichés over oorlog die we voorgeschoteld krijgen. Met als dieptepunt de minutenlange scène waarin onze vluchtende held zich bekommert om een baby in een vervallen huisje, slechts verlicht door haardvuur, terwijl de nazi’s op hem jagen en de gebouwen om hem heen in lichterlaaie staan. Mochten we niet meteen geëmotioneerd raken, is er de aanzwellende muziek om ons in de juiste stemming te brengen.

Regisseur Mendes zei in een interview dat hij grote kaskrakers (als Skyfall) maakt om de ruimte te creëren dergelijk, spannend, schurend, werk te kunnen maken ( “one for the studio, one for myself”). Ergens denk ik dat hij dan toch ook niet tevreden kan zijn…