Het goede nationalisme

‘Vroeger’ was nationalisme een instrument in de handen van de elite om, top-down, de massa te sturen. Tegenwoordig is het omgekeerd: hoewel de elite het meeste heeft te winnen bij een geglobaliseerde wereld, zal ze uit een anderr vaatje moeten tappen als ze de “het volk” mee wil krijgen.
Het volk beweegt, en wel op de golven van het nationalisme.

De wereld is veranderd. Zoals Dani Rodrik al zei: hyperglobalisering gaat niet samen met democratie. Maar wat is de goede balans? Deze vraag probeert Yael Tamir te beantwoorden in “Why Nationalism”.

Om te beginnen is er de vraag wat nu echt een natie is. Door de geschiedenis heen heeft de natie verschillende schaalgroottes gekend. Normandiërs en Corsicanen gingen op in de nieuwe entiteit “Fransman’ en wat we nu Duitsers noemen waren ooit Brandeburgers en Beier. Het antwoord is dan ook niet eenduidig.

Eén les kan er wel getrokken worden: legitieme naties baseren hun bestaansrecht per definitie op meer dan pragmatische overweging zoals territorium of de reikwijdte van de wet. Cultuur en geschiedenis spelen een cruciale rol. Daarom zal de EU ook nooit een natie worden: ze bezit alleen utilitaristische – technische – oplossingen; een van de redenen dat we nu binnen Europa een opleving van de kleinere regio’s en naties zien.

Tamir betoogt dat, hoewel de natiestaat onder druk staat (door afkalving van haar macht, de continue veranderende culturele samenstelling en de verplaatsing van een deel van monetair en fiscaal beleid) ze nog steeds springlevend is. Men blijft hechten aan de natiestaat op een manier die weinigen voorzien hadden. Een geglobaliseerde wereld zal deze plek nooit kunnen innemen, omdat we ten diepste verlangen naar autonomie, de wens een leven te leiden in een gemeenschap en tradities van generatie op generatie willen doorgeven.

Hyperglobalisering
Deze hyperglobalisering, die ze overigens nergens goed definieert, is volgens Tamir de bron van alle kwaad. De samenleving valt uit elkaar. Het gat tussen de 1% een 99% wordt verder vergroot, waardoor ook de middenklasse haar traditionele positie en status verliest. Sociaal en economisch pessimisme is het gevolg. Daarbij komt dat de groeiende macht van enorme bedrijven en instituties, pogingen van individuen om hun eigen leven vorm te geven in toenemende mate zinloos maakt. Wat het gevoel van hulpeloosheid verder vergroot. Deze frustratie en wanhoop wakkeren het wantrouwen in politiek aan en verdiepen sociale scheidslijnen. De samenleving dreigt een slagveld te worden.
Om hier tegenwicht aan te bieden, wordt het oude nationalisme van stal gehaald. Maar hiermee wordt een doos van Pandora geopend.

Wat ze de liberale elites het meest verwijt is dat ze de impact van immigratie en groeiende diversiteit negeren of, erger, stellen dat het een win-win is. Dit is de grote aanjager achter de de revolte tegen de liberale elite, die nu door Europa jaagt. Het is niet mogelijk om tegelijkertijd een open en een hechte gemeenschap te zijn: een van de twee zal geofferd moeten worden.
Dit niet willen (durven?) onderkennen is het grootste probleem van de liberale elite. Er is een moment waarop diversiteit, de verandering van de publieke sfeer, omslaat van stimulerend in bedreigend. Deze grens van “redelijke diversiteit” oversteken leidt tot het tegenovergestelde: een verlangen naar de homogeniteit van weleer.

Hoe dan wel?
Nationale sentimenten zouden ten positieve aangewend moeten worden. Om individuen voldoende reden te geven samen te werken en de risico’s en kansen eerlijker te verdelen. Deze aanpak zou moeten leiden tot een “coalitie van burgers” uit de verschillende klassen.

Tamir ziet in dit proces een grote rol voor de overheid, omdat er moet worden bijgestuurd. De machtsbalans in de wereld verschuift, goed onderwijs is niet meer voldoende om een succescol leven te bemachtigen, kortom: de onzekerheid groeit, men kan het niet meer alleen.

Ze pleit voor een middenweg: liberaal nationalisme. Een nationalisme dat liberaler en toleranter is kent de volgende eigenschappen:
1. Liberaal nationalisme is niet op superioriteitsgevoel gebaseerd, maar op geloof dat anderen dezelfde aanspraak kunnen maken op het hogere doel. Hiervoor is het wel noodzakelijk dat er een visie is op wat een natie bindt: cultureel, taal, politieke principes, tradities, geschiedenis etc. En dat die wordt uitgedragen in het publiek debat en het onderwijs.
2. Omdat geen enkel land cultureel, etnisch of religieus helemaal homogeen is, moeten minderheden zich beschermd weten.
3. Iedereen moet zich eerlijk behandeld voelen. De zwakken empowered en de machtigen ingesnoerd.
4. Optimisme en collectieve trots moeten worden gestimuleerd, als bron van nieuwe energie en richting.

Kortom, een pleidooi voor een samenleving gebaseerd op een mix van ideeën, gericht op het compromis. Het gaat om balans, matiging en “just the right amount”. Nationalisme mag geen instrument in de handen van extremisten worden. Maar moet weer centraal staan in de ordening van de samenleving. Nationalisme als lijm voor de samenleving.
Hoewel ze met grote sprongen door vele open deuren stapt, is de analyse natuurlijk correct.

Helaas blijft het bij de analyse. De vier punten hierboven zijn zo algemeen, en weinig spannend, dat ze weinig nieuws brengen. Dit belijden we immer al met mond in de westerse wereld. Maar deze punten werken in de pratijk blijkbaar niet of onvoldoende. Zo gaat het erom wat we niet meer doen. Waar we mee stoppen. Niet alleen om balans vinden, maar ook grenzen durven stellen. Budgetten te verschuiven. Dappere keuzes te maken, zonder zekerheid te hebben op de uitkomst. We rennen nu van “neoliberale hyperglobalisering” naar het andere uiterste; hard nationalisme. Dat is onnodig, en schadelijk. Onze uitdaging is de pendule halverwege te stoppen, daar waar een mensenrechten en vrijheid in balans zijn met solidariteit en groepsidentiteit.
Een gigantische opgave, die Yael Tamir waarschijnlijk graag aan de mensen van de praktijk over laat.

Why Nationalism, Yael Tamir, 2019