L’Europe qui protège?

Ivan Krastev heeft veel onderwerpen en analyses in “Na Europa” gestopt. En lijkt daarmee veel interessants te zeggen te hebben over immigratie, opkomst populisme, verhouding tussen Oost- en West-Europa en de EU. Maar veel hebben we elders gelezen, en sommige voorspellingen zijn nu al te weerleggen.

Krastev acht het waarschijnlijk dat de Unie uit elkaar valt. Dit zal niet door oorlog, of een big bang gebeuren, maar al struikelend. Waarschijnlijk door een opeenvolging van slechte besluiten, een bank run, kleine opstanden in de belangrijkste landen zoals Duitsland en Frankrijk. Nu, drie jaar na de publicatie van dit boek, is de EU struikelend juist sterker uit de grootste crisis, de Brexit, gekomen. Wat niet is kan nog komen (waakzaamheid geboden!), maar deze voorspelling is voorlopig prematuur gebleken.

Krastev ziet de immigratiecrisis als het 9/11 van Europa: de huidige spanningen zijn terug te leiden op hoe liberale, progressieve politici met die crisis zijn omgegaan. Die reactie was niet goed en heeft – onder andere – geleid tot een hernieuwde opkomst van nationale sentimenten, populisme, en de daaruit voortvloeiende anti-Europese sentimenten.
Europa zit, volgens Krastev dan ook in een identiteitscrisis. Wie zijn we?
En dan wordt het interessant. Krastev, zelf Bulgaar, brengt een extra Europese scheidslijn aan: naast links/ rechts, en Noord/Zuid, gaapt er een kloof tussen diegenen die persoonlijk meegemaakt hebben wat desintegratie betekent en diegenen die alleen over deze traumatische gebeurtenissen hebben gelezen in schoolboeken. Grofweg mensen uit voormalig Oostblok en de Westerlingen. Kosmopolitisch waarden bestaan in het Westen, in het Oosten niet. Daar zijn ze liever solidair met de eigen natie. 

Waarmee we komen op een onderwerp dat de komende tijd zomaar een prominentere rol in het publiek debat gaat krijgen: onze meritocratische maatschappijvisie. Volgens Krastev is meritocratie het grote probleem voor de toekomst. Wat er nu gebeurt (Brexit, Orban, Le Pen, weg met de ‘experts’) is de facto een motie van wantrouwen jegens deze maatschappijvisie. De visie die leidt tot een samenleving van aan de ene kant zelfzuchtige, arrogante winnaars en aan de andere kant, boze en wanhopige verliezers. Het midden wordt als het ware weggeslagen.
We zien inderdaad dat we in rap tempo de politieke gemeenschap, de neutrale ruimte voor debat, aan het verliezen zijn.

De pijn zit diep. Wat de “meritocraten” zo onuitstaanbaar maakt voor de rest is dat ze beweren geslaagd te zijn, omdat ze harder hebben gewerkt, beter geschikt zijn en wel de diploma’s hebben gehaald waar anderen voor gezakt zijn. Omdat ze internationaal inzetbaar zijn (een beetje meritocraat kan CEO in zowel Bulgarije als Londen zijn, een Amerikaanse consultant voelt zich meer verbonden met zijn counterpart in Spanje dan met de inwoners van Duluth, Minnesota) worden ze gewantrouwd. Als er ooit ‘thuis’ echte problemen komen, zullen meritocraten hen liever in de steek laten dan te vechten voor de zaak en de pijn te delen.
Populisten snappen dit. Zij beloven geen competentie, maar vertrouwdheid. Populistisch leiderschap betekent niet effectief beleid voeren, maar het tonen van offerbereidheid en loyaliteit. 

Europa is sterk veranderd: door migratie, door technologie, door globalisering. Het is duidelijk dat de Europese elite daar nog geen goed antwoord op gevonden heeft. Dit boek legt een belangrijk pijnpunt bloot: zolang Europa alleen competentie en efficiëntie belooft en haar burgers geen vertrouwen en bescherming weet te bieden zal de opstand tegen de EU, tegen de meritocratische elite, doorgaan. 

Boek

<span>%d</span> bloggers like this: