De mens is een roofdier

Pauline de Bok is jaagster. Ze jaagt bij voorkeur in de prachtige, ongerepte bossen van Duitsland, tegen de Poolse grens aan. Dit boek is een verslag van haar verblijf van een jaar in een schuur: vier seizoenen lang is ze bezig met jagen, ontweiden en het opeten van haar buit. Dit boek is niet alleen een ode aan de haast nobele activiteit van jagen, maar ook een pleidooi voor het samenleven met dier en natuur. Afgewisseld met interessante culinaire tips: zo blijken verse hersentjes kort gebakken in hete roomboter, met een beetje zout, een absolute delicatesse.

Het plezier in jagen blijkt sterk afhankelijk te zijn van de omgeving. Als ze na maanden in haar Duitse schuur terugkomt in Amsterdam valt het leven Pauline de Bok zwaar. Met jagen kan ze echter niet stoppen en ze gaat in Nederland op konijnenjacht. Als haar buit, vier witte konijntjes, gevild aan het wasrek in de badkamer hangen, voelt ze zich toch niet op haar gemak. Ik kreeg ook niet meteen de aandrang om jager te worden, iets wat ik wel van tevoren verwacht had. Wel heb ik veel nieuwe woorden geleerd. Waaronder gaffelgeweitje,  moer (vrouwtjesvos), bodembroeders (fazant, patrijs, waterhoen), bagge (vrouwtjeszwijn), mauser (geweer), hamelballen (afgesneden ballen van een geitenbok) en de hompelaar  (das).

Wat uiteindelijk beklijft is de schoonheid van het leven met de natuur, je aanpassen aan het ritme van de dieren. Hoewel we helemaal doorgeciviliseerd zijn, is de mens deep down een roofdier.

Buit, een jachtjaar – Pauline de Bok, (255 p), Ambo|Anthos 2016