Het midden als revolutie?

Emmanuel Macrons boek over hoe hij Frankrijk, Europa en de wereld wil veranderen is niet gespeend van ambitie. Op de kaft maakt hij al duidelijk wat hij wil: “Révolution”. Er zijn minder ambitieuze visies neergepend.
Het is ook een door en door Frans boek: een grootse visie, gekoppeld aan een leidende rol van het land van De Gaulle, met verwijzingen naar filosofen en schrijvers. Heerlijk om te lezen, hoewel de gemiddelde Nederlandse lezer zal gniffelen wanneer Macron de geschiedenis van de Koreaanse economie erbij haalt. Dat komt ietwat hautain over.

De jonge president heeft zijn manifest opgedeeld in 16 handzame hoofdstukken, over zichzelf (zoals ‘ce que je suis’ en ‘ce que je crois’) en over de bouwstenen van zijn revolutie (zoals ‘ la France que nous voulons’ en ‘Refonder l’Europe’).  De meeste politici, zeker in Nederland, kunnen nog een puntje zuigen aan de eruditie van Macron.

In zijn plannen toont Macron zich een academicus. Hij benadert zijn ideeën steeds van alle kanten. En komt daarbij steeds keurig uit in het midden. Zo is hij tegen economische rigueur, maar zeker ook geen voorstander van de budgettair gestimuleerde relance. En in dat midden wil hij ook heel nadrukkelijk zitten. Hij is noch een Colbert, noch liberaal. Hij streeft niet naar rationeel efficiënte, noch naar puurheid in zijn oplossingen. De waarheid ligt altijd in het midden.

Macron vindt dat Frankrijk weer zelf moet gaan produceren. Niet op de manier van jaren 50, maar met een moderne industrie. Zonder eigen productie kan er immers geen contrat social bestaan het verbond tussen burger en overheid dat elke Franse politicus centraal stelt. Eenmaal aan de macht wil hij de lopende uitgaven flink laten dalen en tegelijkertijd investeren in een aantal vitale domeinen. In zijn ogen zijn dat: 1) menselijk kapitaal (onderwijs en innovatie) , 2)  duurzaamheid & energietransitie en 3) digitalisering (landelijke dekking van glasvezel is de volgende infrastructurele revolutie na de trein, elektriciteit, tv en telefoon).
Hij maakt daarbij een interessant punt: Frankrijk is 20 jaar geleden gestopt met investeringen in robotisering in de hoop de trend een halt toe te roepen en hiermee banen te beschermen. Duitsland heeft haar echter wel omarmd en heeft nu vijf keer meer robots en de helft van het werkloosheidscijfer.

Macron zit vol plannen. Klein en groot. Niet per se opzienbarend, de meeste hebben we eerder elders gehoord. Minder regels, falen moet lonen, belasting verlagen, toegang tot kapitaal vergemakkelijken. De staat moet een lange termijn-perspectief geven. De stad moet soberder en menselijker tegelijk worden. Urbanisatie is een grote kans. Stedelijke renovatie en bouwen van nieuwe huizen moeten maar een doel hebben: “Faire qu’a nouveau la ville soit un lieu de rencontre”. Over de islam zegt hij: ‘Vouloir la France, c’est vouloir ses valeurs”. En immigratieverzoeken moeten in de regio plaatsvinden, om te voorkomen dat de overtocht door woestijn en zee wordt gemaakt.

Macrons visie is het meest onderscheidend in zijn bespiegelingen over het falen van de democratie en Europa. Dat is zijn echte revolutie; de jonge sloper van het vermolmde Franse politieke systeem en tegelijkertijd de grote gelovige in het Europees ideaal. Hier wordt hij nu, eenmaal president, op herkend en lijkt hij ook daadwerkelijke veranderingen door te voeren. Hij vindt dat Europa drie beloftes heeft gebroken:
1) De belofte van vrede: De crises in Syrië, Libië en Oekraïne, de migratiegolven en bovenal de terroristische aanslagen hebben Europeanen doen beseffen dat oorlog en conflicten niet tot het verleden behoren;
2) De belofte van voorspoed: De economische groei wil niet loskomen, de werkloosheid is hoog en bezuinigingen blijken een dunne basis voor een wenkend politiek perspectief;

3) De belofte van vrijheid: Vrij reizen staat onder druk, vanuit economische en veiligheidsoverwegingen.

Aangaande de democratie stelt hij dat mensen zich niet meer herkennen in hun parlement. Politici blijven zitten omdat ze niets anders (meer) kunnen. Er moet meer uitwisselingen met andere sectoren zijn. Hij haalt het bedrijf Michelin aan dat het goede voorbeeld geeft door mensen toe te staan vier jaar te dienen – als volksvertegenwoordiger.

En dat is wat Macron heel duidelijk ook wil: het Franse volk dienen. Het is hem gelukt president te worden. Een huzarenstukje. Met dit manifest kan hij veel kanten uit. Hij zal onder druk van de werkelijkheid moeten kiezen. Soms zijn heldere keuzes onvermijdelijk. Anders loopt de jonge president in de val die zijn middenpositie met zich meebrengt: dat hij alles voor iedereen wil zijn en uiteindelijk niets voor niemand is.