Waarom zouden we – in godsnaam – shariaraden willen?

Machteld Zee heeft een verontrustende boodschap. Natuurlijk bestaat de gematigde islam. Maar hij staat wel onder de druk van zijn radicale variant om zich te voegen naar de sharia. Dat gaat soms met geweld (Iran in 1979), maar het kan ook geleidelijk: zo heeft Saudi-Arabië al 100 miljard euro gestoken in het verspreiden van het wahabisme, niet zonder succes. Maleisië is voorbeeld van geleidelijk afglijden richting radicale islam. Zo mag men er inmiddels Halloween noch Valentijnsdag vieren. Voorts is een brede waaier aan verboden ingesteld: van botox en yoga tot het eten van wagyu rund (de beesten worden immers met bier ingesmeerd).

Zee concentreert zich in haar boekje op de shariaraden, de islamitische rechtbanken die – alleen voor moslims – rechtspreken volgens de sharia. Machteld Zee heeft als een van de weinigen toegang gehad tot enkele zittingen, met name in Engeland. Ze meent dat er veel politici, rechters en geestelijken zijn die de shariaraden willen accommoderen, ja zelfs een goede aanvulling vinden op ons – seculiere – rechtsstelsel. Deels vanuit het algemene positieve gevoel van multiculturalisme, deels omdat het cultureel bepaalde geschillen eenvoudig zou kunnen oplossen – de overgrote meerderheid van de zaken gaat om huwelijksbemiddeling. Het zal niemand verbazen dat vrouwen hierbij doorgaans aan het kortste eind trekken. Wat mij wel blijft bevreemden dat dit niet een onderwerp is waar feministen zich dag en nacht over opwinden.

Met Zee deel ik de analyse dat een van de grootste problemen van dergelijke multiculturalisme is dat het zich richt op groepen. Individuen komen op deze manier pas tot hun recht als ze erkend worden in groepsverband. De shariaraad is hier een uiting van. Bovendien worden reeds gemarginaliseerde mensen (want daar hebben we het vaak over), die de gang naar deze ‘rechtbank’ maken omdat hen dat wordt verteld, gedwongen zich ergens aan te onderwerpen zonder te weten wat de gevolgen zijn.

Het tweede grote probleem van deze shariaraden is dat er een parallel rechtssysteem wordt gecreëerd. Shariaraden hebben niet zoveel te maken met spiritualiteit, advieswinning en godsdienstvrijheid, maar vormen een concurrerend stelsel van waarden en normen. De sharia is een concreet juridisch systeem met daadwerkelijke gevolgen. Inderdaad, waarom zou dat in vredesnaam een goed idee zijn?

Wellicht het meest actuele issue dat ze aan de kaak stelt is de rol van de elite, van de samenleving die dergelijke raden – al zijn ze nog in klein in aantal – toestaat.

Zee spreekt in dit verband over ‘nuttige ongelovigen’; zij die zeggen dat het allemaal wel meevalt en dat we hen dit moeten gunnen. En hiermee, wellicht onbedoeld, groter leed mogelijk maken. Vaak wordt dan ook de parellel getrokken met de Westerse adoratie van de Sovjet-Unie, waar op die manier ongezien mensen konden worden gedeporteerd en vermoord. Kleine stapjes richting islamisering van het rechtssysteem gaan natuurlijk veel makkelijker als de bovenlaag van een samenleving zijn mond niet open trekt. Soumission van Houellebecq borduurt hier ook op voort.

Natuurlijk kunnen we het verschijnsel shariaraden bagatelliseren en afdoen als bangmakerij. En hoewel het boekje niet overal even overtuigend is, vrees ik dat onze kennis van en inzicht in dergelijke praktijken slecht ontwikkeld is en dat wensdenken de norm is.
Islamitisch fundamentalisme bestaat – in Nederland en in Europa. Het dient krachtig te worden afgewezen. Shariaraden zijn een uiting van fundamentalisme, dat goed gedijt bij onduidelijkheid en geheimzinnigheid. Snel demystifiëren is dan ook wat er nodig is. We mogen niet toestaan dat er dergelijke initiatieven, gesteund door dubieuze landen, voet aan de grond krijgen binnen ons rechtssysteem. Zoals Zee schrijft: ruimdenkendheid en respect voor anderen zou geen reden mogen zijn ruimte te bieden aan islamisten in Europa.

Heilige identiteiten – Machteld Zee, 145 p – Querido (2016)