De laatste keizer

Tijdens mijn reis door Ethiopië was deze biografie van Haile Selassie een fijne gids. Niet om de weg door de prachtige natuur of langs de kerken te vinden, maar wel om de ziel van het land te begrijpen. Aan de hand van de Koning der Koningen, de laatste keizer, krijgt de geschiedenis van Ethiopië kleur.

Ras (hertog) Tafari, doopnaam Haile Selassie, was voorbestemd voor de macht. Zijn vader was een groot generaal en gouverneur van Harar. Toch wordt de jonge Ras Tafari twee keer gepasseerd voordat hij uiteindelijk in 1916 de strijd van zijn neef wint en regent wordt (de keizerin wordt niet geacht te kunnen regeren). Hiermee is hij op zijn 24ste de facto leider van Ethiopië. Door de adel en conservatieve lokale machthebbers wordt hij als lichtgewicht, als tussenpausje, gezien. Dit zal een grote vergissing blijken.

Ras Tafari heeft grootse plannen voor zijn land. Zo benoemt hij in het buitenland opgeleide mensen in zijn regering en op belangrijke overheidsposities. Ook krijgt Haile Selassie het voor elkaar lid te worden van de Volkenbond. Hij gaat hij als eerste leider in duizenden jaren het land uit – op diplomatieke missies. Op zijn rondreis door Europa lobbyde hij voor de toegang tot een haven, belangrijk voor een land zonder kustlijn. Hij ging langs bij de koloniale Fransen, Britten en Italianen – echter zonder resultaat.

Dit is ook de tijd dat de koloniale machten op hun laatste benen lopen. Ze zien desalniettemin Ethiopië nog niet als soevereine natie. De Britten en Italianen zijn vooral bezig hun belangen veilig te stellen, door land op te delen. Daarbij hebben ze ook Ethiopië op de korrel. Ras Tafari weet deze pogingen met hulp van Frankrijk te weerstaan. Het lidmaatschap van de Volkenbond betaalt zich al snel uit. Deel uitmaken van internationale gemeenschap is voor Selassie van groot belang, hij zal later zelfs troepen naar de oorlog in Korea sturen.

Als het Mussolini dan toch lukt om Ethiopië te bezetten, vlucht de heerser naar Engeland. Daar brengt hij in Bath vijf relatief arme en ongelukkige jaren, afgesneden van zijn volk. Uiteindelijk keert hij met hulp van de Engelsen, en steun van de Amerikanen terug naar zijn vaderland. De Engelsen, onder Churchill, zien in de keizer een manier om het land te verenigen en als belangrijke pion in de strijd tegen de nazi’s.

Selassie is een slimme tacticus en weet van zijn terugkeer naar Ethiopië een glorieus moment te make: in de decennia die volgen is Haile Selassie de onbetwiste alleenheerser, die weinig tegenspraak organiseert noch duldt.

In mei 1963 wordt de Organisation of African Unity opgericht, met als stralend middelpunt keizer Selassie. Twee jaar later werd bovendien besloten dat Addis de vaste zetel zou worden. Ethiopië werd zo bevestigd in zijn centrale rol in de Afrikaanse politiek. In 2002 zou de OAU worden omgevormd tot de African Union, met nog steeds Addis als vaste zetel.

Selassie genoot van zijn internationale statuur. Hij reisde veel. Alleen al in de VS kwam hij zes keer in 20 jaar, meer dan welk ander staatshoofd in de 20e eeuw. Terwijl Ethiopië nog erg leunde op de Britten en Amerikanen zocht Selassie toenadering tot Tito, voor wie hij veel bewondering koesterde, als ook China en de Sovjet-Unie. In alle gevallen verzekerde hij zich bij deze communistische leiders van geld en steun.

Zijn internationale politiek was gestoeld op het principe dat je nooit al je eieren in 1 mandje moet doen.

Een reis die meer dan alleen geld en politieke steun opleverde was naar Jamaica. Zijn geboorte was samengevallen met het uitbreken va regen na vele jaren van droogte en zijn komst, vele jaren later, naar het land was het beginpunt van een nieuw geloof. die van Rastafari. Rastafaris zien in Haile Selassie de derde verschijning van god, na Jezus. Nog steeds zijn er 32.000 mensen die dat geloven. Hoewel de keizer keer op keer uitlegde dat hij sterveling was, bleek het een rotsvast geloof.

De keizer had dus vooral aandacht voor buitenlandse politiek en was veel op reis. De onrust thuis groeide, er kwamen protesten op straat. Amerika begon zijn steun geleidelijk in te trekken. Tegelijkertijd werd de geografische positie Ethiopië werd minder belangrijk voor het Westen omdat met de komst van satellieten fysieke bases minder belangrijk werden. De buren van Ethiopië konden ook van afstand in de gaten worden gehouden.

In 1960 vind er een paleiscoup plaats, die Haile overleeft, maar een diepe impact maakt. Het is een cesuur in de Ethiopische geschiedenis. Voor het eerst was de macht van de kiezer betwist. Zijn meest loyale dienaren hadden zich tegen hem gekeerd. Niemand was meer te vertrouwen. Deze keer had het leger hem beschermd. In 1974 zou het leger zich definitief tegen hem keren.

Toch leert de keizer er weinig van. Kritiek blijft onwelkom. Iedereen die de keizer niet bevalt, krijgt een demotie. Hoe meer de keizer je wantrouwt hoe verder je van de hoofdstad aangesteld wordt, liefst in onbetekenende provincies. Nadat de keizerin en enkele kinderen waren gestorven brengt de keizer de laatste 13 jaar in eenzaamheid door. Het Ethiopische schip had een eenzame leider, die niemand vertrouwde.

Haile was inmiddels 80 en verloor de greep op zijn land en had geen plan voor opvolging. Althans, in zijn grondwet stond dat alleen iemand van het huis van David op de troon kon zitten. Zijn kinderen dus. Zijn erfenis was bovendien niet onverdeeld positief. Wat had zijn heerschappij immers opgeleverd? Ethiopië was nog steeds straatarm, de levensverwachting lag rond de 30 en 60% van de pasgeborenen stierf voor eerste levensjaar. En toen kwam in 1973 de enorme catastrofale hongersnood.

De revolutie liep geleidelijk. Protesten. Legermuiterij. Stakingen. Geheel nieuw voor Ethiopië, nooit eerder waren dergelijke protesten voorgekomen. Wisselingen in kabinet en cosmetische hervorming hadden geen effect meer. Zoals de Tocqueville zei: het gevaarlijkste moment voor een slechte regering is als ze gaat hervormen.

Er werd niet meer naar de keizer, noch naar de regering geluisterd.

Hoewel er geen duidelijke leider was, zwol het protest geleidelijk aan, totdat het leger op een gegeven moment overging leger over tot het arresteren van (oud-) ministers. De reactie van de keizer is typerend: alles is onder controle. Dan neemt de Derg, de verenigde militairen, het bewind over door het paleis, dat leeg is op de keizer na, in bezit te nemen. De dagen erna zijn bloedig. Eerst wordt een interne machtsstrijd uitgevochten, waarna de executie van de oude elite volgt. Mengistu werd de nieuwe, jonge, leider; de man die synoniem zou worden voor de brute moorddadige socialistische dictatuur (1974 – 1991), die zou moorden zoals nooit tevoren. De ‘rode terreur’ van 77-78 is ongekend bloedig, een half miljoen ‘vijanden van het systeem’ worden omgebracht.

Het einde van Heile Selassie is roemloos – in de steek gelaten, zelfs door de machtige Kerk, die in 1960 nog zorgde voor de broodnodige steun. De kerk, de kroon en de adel stortten gelijktijdig in en baanden zo het pad voor de militaire dictatuur van Mengistu. Na zijn gevangenneming zou Mengistu de keizer nog een jaar laten leven, totdat hij vermoord, waarschijnlijk met door verstikking met een kussen in zijn bed. Hiermee komt een definitief einde aan de 60 jarige heerschappij van de laatste kiezer van Ethiopië en die van het huis van Salomon, dat sinds de 13e eeuw had geregeerd.

Het zou tot het jaar 2000 duren voordat de keizer een gepaste begrafenis zou krijgen. Tienduizenden stond langs de weg van zijn praalwagen om de laatste eer te bewijzen.

Hoewel Ethiopië onder de Selassie jaren wel degelijk was gemoderniseerd (scholen en de bureaucratie waren verbeterd, infrastructuur werd aangepakt, het feodaal systeem was afgeschaft) was de keizer te lang doorgegaan. Hij kon zich niets anders voorstellen dan dat hij Ethiopië was. Loyaliteit was de belangrijkste eigenschappen van zijn onderdanen. De keizer was niet in staat zijn autoritaire stijl aan te passen aan de veranderde wekelijkheid.

De biograaf was in zijn jeugd een intimus van de keizer, wat dit boek een waardevolle persoonlijke touch geeft, maar ook een echt kritische houding in de weg lijkt te staan. Herhaaldelijk zegt Asfa-Wossen Asserate dat hij op geen enkele manier het beleid van de man die hij als zijn oom ziet verdedigt, maar hoofdstukken over het verhongerende volk ontbreken.  Zijn oproep dat de keizer wellicht net als andere koningen, zoals Lalibela, heilig verklaard zou kunnen worden, versterkt dat beeld.

King of Kings – Asfa-Wossen Asserate, 322 p (2015)