Een heel land vernietigd

Oud-diplomaat van Dam is helder: Syrië is verwoest en de nabije toekomst ziet er somber uit. Aan de hand van de recente geschiedenis van Syrië, incluis de nu ruim zes jaar durende burgeroorlog, beschrijft hij hoe de kliek rond Bashar al-Assad er alles aan geeft gedaan om aan de macht te blijven.

Net als het land werd de Baath partij vermorzeld onder het Al-Assad regime. Na een bloedige strijd werd Hafiz Al Assad de eerste Alawitische president (tot verdriet en boosheid van de Soennieten) en kwam de Baath partij in een vicieuze cirkel terecht. De partij werd de antithese van haar idealen: van oorsprong anti-sektarisch, socialistisch en gericht op Arabische eenheid in de regio, versterkte de Assad kliek juist het sektarische gedrag en de corruptie. Cliëntelisme en vriendjespolitiek voorkwamen de eerder nagestreefde ‘socialistische gelijkheid’ en geen enkele Arabisch leider wilde samenwerken, zodat ook van de pan-Arabische samenwerking weinig terecht kwam.De laatste 50 jaar is dit alleen maar verstrekt uit angst de eigen positie te ondermijnen. De corruptie is erger geworden en de cirkel rond Bashar al Assad alleen maar kleiner.

Alawisme kwam zodoende gelijk te staan aan de Baath partij,  die de soennitische meerderheid onderdrukte. Al snel zouden de soennieten in opstand komen, met aanslagen en executies – niet in de laatste plaats door de moslimbroederschap.  Het regime sloeg genadeloos terug. Tijdens de beruchte slachting van Hama in 1982 werden tot ca. 25.000 mensen vermoord. Waarna de Broederschap niet stil kon blijven zitten, met als gevolg een “full scale urban insurrection”. Uiteindelijk won het regime; de Broederschap was weggevaagd.

Pas in 2011 kwam dit conflict weer aan de oppervlakte – in volle hevigheid. Deze keer was de oorlog veel bloediger en maakte ze veel meer doden. Ondanks het voorbeeld van “Hama” hadden slechts weinigen buiten Syrië de harde reactie van Bashar al-Assad zien aankomen.
In 2000 kwam de huidige Assad aan de macht, nadat zijn vader 30 jaar lang het land had geregeerd. Ondanks dat de Baath partij geen erfopvolging kent werd Bashar al snel gepromoveerd van zoon naar president: op zijn 34ste was hij alleenheerser van Syrië. De onderdrukking van vele groepen, met name de soennieten, werd voorgezet.  Dit zou in 2011 tot uitbarsting komen met de Syrische revolutie. Assad liet het beproefde recept op de opstandelingen los: geweld. Bashar had echter niet gerekend op de grote media-aandacht en de buitenlandse steun aan rebellen, waardoor het totaal uit de hand liep.

De eerste jaren van het conflict doken verschillende groeperingen op, vaak van islamistische snit. Een daarvan was ISIS, dat vanaf 2013 aan omvang toenam. In die jaren hadden Assads troepen het zwaar. Pas toen Rusland in 2015 militair ging helpen wisten de regeringstroepen weer de overhand te krijgen.  In 2016 werd Aleppo op de vrijheidsstrijders heroverd: een belangrijk keerpunt voor het regime.

Ondertussen zat Europa besluiteloos klem tussen de vraag of ze moreel correct wilde zijn of helpen een oplossing te vinden. En kwam daar niet uit.
Het Westen is in de ogen van Van Dam vooral naïef geweest. Het zette zichzelf buitenspel als potentiële onderhandelaar door uit morele overwegingen te kiezen voor de oppositie.  Het mag niet verbazen dat het nogal ingewikkeld is om te onderhandelen met een president die je zojuist niet-legitiem hebt verklaard. Eerder was militair ingrijpen al uitgesloten. En het beetje hulp dat geleverd was aan de oppositie was onvoldoende om Assad te kunnen verslaan.

Ondertussen stelde Assad zich compromisloos op. Geen van de pogingen om echt te onderhandelen haalden het. Assad had geen enkele behoefte serieus te praten. Elke onderhandeling zou namelijk een vorm van machtsdeling betekenen, wat haaks staat en stond op het concept van macht dat de Assad en zijn kliek hanteren.

Het vechten ging en gaat dus door. De wereld stond erbij en keek ernaar.

Van Dam is helder: Syrië met Assad is een ramp. Maar voegt daar meteen aan toe dat het zonder de dictator wel eens minstens zo erg zou kunnen zijn. Chaos en islamisme zullen dan de overhand hebben.
De enorme onderschatting van de kracht van het regime door het Westen was het gevolg van wishful thinking en een gebrek aan kennis. Zo zijn de vele sektarische problemen onvoldoende bekend bij Europese beleidsmakers, om er op constructieve wijze rekening mee te kunnen houden.

Hier steekt het aloude Europese Probleem de kop weer op: het grote gebrek aan realpolitik in Europa. Steeds weer kiezen politici en beslissers voor de moral highway. In dit geval resulteerde dit in halve beloftes, te weinig middelen en naïviteit over de sektarische belangen. Uiteindeljk voelde de oppositie zich verraden.

Op de korte termijn zijn er vijf opties:
1. de oorloog gaat door, met nog meer dood en verderf als gevolg
2. het regime wint en de dictatuur wordt voorgezet
3. de opposite wint, met waarschijnlijk een islamitische dictator als gevolg
4. een middenweg, waarbij het land wordt opgedeeld in verschillende regio’s met min of meer autoritaire facties als leiders
5. een politiek compromis.

Nikolaos van Dam verwacht dat de enige reële uitkomst een militaire oplossing is: een van de partijen zal moeten winnen om de oorlog ten einde te brengen. Hij vindt echter dat serieuze pogingen om te komen tot een politiek oplossing – en dus consessies van Assad – ondernomen moeten blijven worden.
Alleen door te blijven geloven kunnen wonderen gebeuren.

Destroying a nation, the civil war in Syria – Nikolaos van Dam – 2017, I.B. Taurus, 256 pp.