Crisis in het Westen

Edward Luce is een van de meest erudite columnisten van de Financial Times, zijn stukken zijn doorgaans scherp en inhoudelijk. Goede columnisten hebben een mening, dat is bij Luce niet anders. Een van zijn belangrijkste thema’s heeft hij nu uitgewerkt tot een boek: de crisis van het liberalisme in het Westen. Of beter gezegd: die van het westerse model, gebaseerd op liberale democratie, vrije pers en pluralisme.

Waar sommige menen dat we het ergste hebben gehad (de verwachte winst van populisten in Europa pakte immers een stuk lager uit), ziet Luce een duidelijk verval. Daar verandert de winst van Merkel, Rutte of Macron niets aan.  Donald Trump is voor Luce een symptoom van deze crisis, en niet de oorzaak. Zo had Clinton in het Witte Huis het verval ook niet gestopt. Hij richt zijn blik voornamelijk op de economie, maar komt steeds weer uit bij het gevaar dat Donald Trump vormt. Dit wekt de indruk dat Luce de VS als symbool voor het hele Westen ziet, een uitgangspunt waar natuurlijk wel iets op aan te merken valt. Het verzwakt in ieder geval zijn claim dat het hele Westen in gevaar verkeert.

In 2050 zal China de grootste economie ter wereld zijn, groter dan alle Westerse economie tezamen. India en Amerika zijn tegen die tijd van gelijke grootte. Is dat besef al voldoende ingedaald in het Westen? We houden onszelf voor de gek. Mede door een overdreven vertrouwen in gemiddeldes, waarvan het stijgende Bruto Nationaal Product  de belangrijkste graadmeter lijkt te zijn voor de westerse kop-in-het-zand-stekers. Het probleem met het BNP is dat het niet zoveel zegt. Als Mark Zuckerberg lid wordt van je voetbalelftal is iedereen ook gemiddeld miljardair.

Een betere graadmeter voor progressie is dan ook de beroemde olifantscurve van Branko Milanovic, de expert op mondiale ongelijkheid. Die ziet er zo uit:

Image result for milanovic elephantDeze grafiek maakt inzichtelijk dat de middenklasse in ontwikkelde landen de boot van de mondiale groei hebben gemist (de onderkant van de slurf). Andere ‘klassen’ gingen er veel harder op vooruit: de middenklasse in ontwikkelingslanden en de zogenaamde 1%. Dit is de basis geweest voor de verkiezing van Trump, alsook de oorzaak van veel ressentiment in andere Westerse landen. Het heeft het vertrouwen in vooruitgang geschaad. “People have lost faith that their systems can deliver”, schrijft Luce.

Van Adam Smith is de uitspraak dat kapitalisme het beste functioneert in een samenleving waarin het onderling vertrouwen groot is. Zodra dit sociaal vertrouwen daalt, stijgen de kosten van zakendoen. Er ontstaan aparte groepen, er sluipt een zekere zelfvoldaanheid in ons handelen en we worden we risico-avers. Zo betalen we de prijs voor stagnatie.

De crux van deze crisis is de verdeling van de westerse samenlevingen in grofweg twee groepen: het volk en de insiders die goed voor zichzelf zorgen. Groot-Britannie vs. Brussel. West Virginia vs. Washington. Luce merkt op dat elites vroeger de democratie omarmenden, terwijl het volk er weinig van moest hebben en dat nu het omgekeerde geldt. De elite laat het afweten, en dat is levensgevaarlijk.

 

Ons politiek model is niet meer de inspiratiebron voor de rest van de wereld. Om dat weer te worden, moeten we werken aan vertrouwen. In elkaar, in instituties, in ons liberale model. Wellicht minder geschikt voor oneliners op social media, maar het is van groot belang om voor dat vertrouwen te blijven vechten.
Democratie overleeft niet in een moeras van wederzijdse afkeer.