Europa van binnenuit: gelovigen en bureacraten

EPPINKDe oud-president van Tsjechië, Vaclav Klaus, meent dat de Europese Unie twee mythische projecten koestert: de gemeenschappelijke munt en het klimaatbeleid. Daar mag niet aan getornd worden. Derk Jan Eppink haalt de niet onomstreden Klaus aan om te laten zien dat de euro niet gebaseerd is op economische analyse, maar op het geloof dat de eenheidsmunt het middel is tot het hogere doel: Europese eenheid. Geloof is het sleutelwoord. En zoals we weten is,  wie niet gelooft een ketter. Hetzelfde zou gelden voor het klimaatbeleid. Europa is een geloofsgemeenschap, zonder kritisch vermogen – de rode draad van dit boek.

Dit groepsdenken is Eppinks meest pregnante kritiek. Bijna alle parlementariërs zijn pro-Europa. Kritisch zijn op de euro, op de ever-closer Union of op de Commissie is vloeken in de kerk. En wordt gevolgd door uitbanning. Zo zijn de euro en EU in de ogen van Brusselse beleidsmakers in Brussel onherroepelijk verbonden. Ben je tegen euro, dan ben je tegen de Unie.

Een van de bekendste gelovige is Guy Verhofstadt, de leider van Liberale Fractie in het Europese Parlement. Voordat Verhofstadt de grootste pleitbezorger voor een Verenigde Staten van Europa werd, was hij een klassieke liberaal en kritisch op de islam. Maar na zijn metamorfose, die zijn carrière een nieuwe boost moest geven, kwam dat imago slecht uit en mocht die episode niet meer vermeld worden in de krant. Het lukte hem om journalisten hierover te laten zwijgen. Eppink heeft duidelijk een appeltje te schillen met de oud-premier van België; een hoofdstuk lang zet hij hem neer als een heethoofd en dwingeland. Met duidelijk plezier beschrijft hij de opvliegers en driftbuien van Verhofstadt en zijn idealistisch strijdmakker Daniel Cohn-Bendit. Maar uiteindelijk bedankt hij Guy, pesterig, als zijn ideale kop-van-jut.

Het staat vol met dergelijke passages in het onderhoudende relaas van Eppinks tijd als eenmansfractie van de Lijst Dedecker in het Europees Parlement. Derk Jan Eppink wordt vaak als dissident of buitenbeentje betiteld, maar is natuurlijk een Europese insider pur sang. Als journalist, Commissie-ambtenaar en parlementariër is hij gepokt en gemazeld in de Europese politiek. Dat maakt zijn verslag des te interessanter.
Hij neemt ons mee langs een flinke trits aan onderwerpen: het gebrek aan financieel-economische kennis van de Econ (de commissie die de financiële crisis vanaf 2008 te lijf moet gaan), de ellende die maîtresses kunnen veroorzaken en de gezwollen ego’s. Dé gifpil van Europa is de idee van een transferunie, waarvan Eppink meent dat het de EU te gronde zal richten, als ze echt doorgang vindt.

Wat minder bekend is, is het belang van de Europese fracties. De strijd om fractievorming is bepalend voor de macht van de parlementariërs. In je eentje bereik je immers helemaal niets. Niet voor niets is Eppink erg gelukkig als het hem, samen met de Tories – die na Camerons overwinning de conservatieve fractie besluiten te verlaten – een nieuw fractie weet te vormen: de Fractie van Europese Conservatieven en Hervormers. Die meteen een van de grotere van het parlement is.

Eppink is een schrijver die weet hoe je potentieel ingewikkelde onderwerpen (zoals beschrijvingen van fractievorming, wetgeving, vergaderingen) moet verluchtigen met anekdotes en kwinkslagen. Zo heb ik erg genoten van zijn typering van de voorvrouw van de Groenen: “Zij emotioneerde zichzelf tijdens de toespraak want het leed in de wereld was nu eenmaal groot.” De stelling dat “het makkelijker is een hond langs een kar met hotdogs te leiden dan een socialist langs een zak geld” laat hopelijk iedereen de mondhoeken krullen, net zoals we inmiddels allemaal weten dat “visionairs doorgaans tegen zichzelf liegen en leugenaars tegen een ander”.

Wat mij zondermeer waar lijkt is zijn stelling dat een bureaucratie nooit haar fouten toegeeft, of ze nu Europese Amerikaans Russisch of Chinese is. Zij gaat instinctief door met meer van hetzelfde. En dat is wat er in Europa dus ook gebeurt, zo voelt iedereen aan zijn onderbuik aan.

Hoewel Eppink zich – terecht – stoort aan afgevaardigden die niet hun parlementaire werk doen (vanwege de vele diners, het opstrijken van dagvergoedingen en innuendo), schenkt hij zelf helaas weinig klare wijn over wat er moet gebeuren om de representativiteit van het parlement te verhogen. Wellicht is dit het boek er niet naar, maar ik had graag wat praktische aanbevelingen voor een realistisch Europa van deze insider gelezen.
Aangezien Eppink bij de laatste Europese verkiezingen als lijstduwer op de VVD-lijst stond, ga ik ervan uit dat de antwoorden op deze vraag in het liberale programma te vinden zijn.

Het rijk der kleine koningen – Derk Jan Eppink (2015)