Het liberalisme heeft de natiestaat nodig

Met de val van het communisme deed in 1989 een nieuwe liberale orde haar intrede: vrijheid, democratie en voorspoed zouden het leven in Europa bepalen. Vertegenwoordigd door een nieuwe generatie machthebbers die in alles uitstraalde dat het liberale model (lees: de liberale, kapitalistische, democratie) had gewonnen. De counter-revolutionairen uit de titel zijn de huidige populisten: zij dagen deze ideologische overwinning uit. Dit gebeurt ook van andere kanten, maar ‘populisten’ staan vooraan in deze nieuwe revolutie. Zij willen geen kleine aanpassingen van het huidige model, nee zij verwerpen de ‘liberale waarheden’ in hun totaliteit. Ze willen deze orde, en de elite die daarmee wordt geassocieerd, omver werpen.

Voor zover weinig nieuws.

Volgens Zielonka, een Europese liberaal, heeft het liberalisme dit op zijn minst deels aan zichzelf te danken. Daar waar het de liberalen voorheen de kant kozen van de onderdrukten in hun strijd tegen de staat, zijn de liberale vertegenwoordigers inmiddels een minderheid (politici, journalisten, bankiers, jet-set experts) die de meerderheid vertellen wat ze moeten doen. Het liberale model is komen te staan voor het ‘goede’, bepaalt als het ware wat normaal was. Een monopolie op de moral high ground.

Terwijl liberalen juist van mening zijn dat wat juist en rechtvaardig is, wordt bepaald door democratisch onderhandelen, volgens vastgestelde regels en procedures. De Bijbel of Das Kapital bieden in zulke gevallen geen soelaas. 
Hoewel Zielonka het hiermee eens is, effent dit ook het pad voor post-truth: als je vindt dat er geen zekerheid of waarheid is, maak je jezelf kwetsbaar voor mensen die de waarheid in pacht hebben. Dan windt de beste spin de stijd om de waarheid. Waarom zou de ene waarheid dan immers beter zijn dan den andere? Zie hier een van de grote zwaktes van het huidige systeem.

Kritiek op dit stelsel, en daarmee op de huidige elite, wordt te snel en te vaak afgedaan als populistisch. Zo wordt populisten vaak verweten simpele oplossingen voor ingewikkelde problemen aan te dragen. Zielonka vraagt zich terecht af wat daar mis mee is. 
Bovendien is er een ander en groter probleem: de visie van mannen als Orban, Farage en Kaczynski dat alleen natiestaten de economische, culturele en politieke belangen van de bevolking kinnen verdedigen, wordt niet tegengesproken met een helder en aansprekende alternatief. Als de natiestaat dit niet vermag in liberale ogen, wat is dan die visie op een globale liberale samenleving? Het blijft doorgaans erg stil, waarmee we meteen een van de verklaringen hebben voor de huidige politieke zwakte van liberalen.

Terwijl het helder zou moeten zijn. Nationalisme en liberalisme zijn als water en vuur. Nationalisme sluit etnische minderheden en migranten uit, wat onliberaal is.
Nationalisme hecht meer waarde aan mythes dan aan de rede. Eeuwenoude traditie brengen meer gewicht dan burgerlijke banden. De groep gaat boven het individu.
Het grote pijnpunt is dat liberale verworvenheden voornamelijk of alleen door natie-staten gewaarborgd kunnen worden. Dit leidt tot een daverend probleem: de natiestaat afschaffen slaat de fundamenten onder de democratie, de rechtsstaat en de individuele vrijheid vandaan. Het liberalisme heeft praktijk van de natiestaat nodig en niet abstracte politieke constructies. Nationalisme en de natiestaat moeten in het debat dus worden gescheiden.

Het liberale systeem zal zwaar onder vuur blijven liggen de komende decennia. De grote uitdaging voor liberalen: fouten inzien, oude leiders vervangen en vooral een nieuwe visie vormen op het gebied van democratie, capitalise en Europese integratie. Liefst een beetje praktisch.
Zielonka noemt de drie fouten die rechtgezet zullen moeten worden. Ze zijn in drie termen samen te vatten zijn: gelijkheid, gemeenschap en waarheid.

De eerste fout, het gebrek aan gelijkheid, zal van liberalen vragen afscheid te nemen van het neo-liberalisme. Dit is niet alleen een kwestie van ideologie, maar vooral vanwege de gevestigde belangen die door het neo-liberalisme in stand worden gehouden. Dit betekent een helder kapitalistisch alternatief formuleren. Een goed begin zou volgens mij kunnen zijn niet meer de belangen van grote bedrijven, maar juist die van ondernemers en het MKB voorop zetten.
Ten tweede, mogen liberalen niet blijven steken in hun focus op individuen en hun vrijheid. Er moet een serieuze visie komen op wat ons bindt als gemeenschap, onze maatschappelijke verantwoordelijkheden en hoe die liberale vrijheden beschermen. Wellicht door het invullen van de een liberaal nationalisme? Als liberalen dit niet overtuigend doen, zal de donkere kant van nationalisme hele gemeenschappen splijten, zo waarschuwt Zielonka.
Ten laatste, dienen liberalen de waarheid te omarmen. Niet in de zin van niet liegen of  alleen maar absolute waarheden propageren, maar door echt te begrijpen en doorgronden wat hedendaags Europa inhoudt en wat de zorgen van zijn inwoners zijn. In dat kielzog volgen wat andere grote kwesties: wat is het liberale antwoord op duurzame groei, klimaatverandering en migratie?

Dat zovele ‘gewone mensen’ teleurgesteld zijn in liberale democratie, is kortom legitiem. Allereerst zijn de liberale principes veel te ver doorgevoerd, verworden tot institutioneel engineering, met weinig ruimte voor burgerparticipatie. Verkiezingen leiden niet tot veranderingen en belangrijke besluiten worden genomen door ongekozen instituties als de Europese commissie en Europese Centrale Bank.
De democratie is voorts van binnenuit uitgehold: politieke partijen zijn kartels en hun kader is flinterdun, kiezers worden als consumenten gezien, die alleen wat goede PR behoeven. 
Tot slot, hebben de media parlementen verdringen als plek voor politiek debat. Geen wonder dat de democratie op sommige plekken niet meer zo populair is.

Als klap op de vuurpijl is er een hele fundamentele vraag op tafel gekomen; kan de democratie de markten nog wel temmen? Als de conclusie is dat de politiek niets meer te zeggen heeft over hoe het kapitalisme is ingericht,  als goedkope goederen onbeperkt het land in kunnen, als publieke bestedingen niet in toom kunnen worden gehouden, wordt de ruimte voor de politiek minimaal. Het eindresultaat is dan te voorspellen: socialisme voor de rijken, kapitalisme voor de armen.

Al met al een weinig opwekkend beeld. Hoe zijn we in deze toestand beland? Is het een ontwerpfout van het liberale systeem of een kwestie van slechte uitvoering van een goed idee? Waarschijnlijk is het een beetje van beide, stelt Zielonka, maar is de belangrijkste
oorzaak de veel te trage aanpassing aan de nieuwe tijd geweest.

Als de verdedigers van de liberale democratie niet heel snel een manier vinden om ervoor te zorgen dat burgers het idee hebben dan hun stem telt, zullen de contra-revolutionairen deze strijd winnen. Met alle gevolgen voor minderheden, checks and balances en de trias politica van dien. De angst die door velen wordt gevoeld, is immers echt. En ze wordt niet (alleen) gevoed door anti-liberale krachten. De onzekerheid op het Europese continent wordt van vele kanten gevoed: door migratiestromen, terrorisme en de brandhaarden aan onze grenzen.

Praktische oplossingen zijn ingewikkeld, ook bij Zielonka. Zijn boek beschrijft een heel aantal richtingen: van hervorming van de EU (doe niet alsof er een Europees volk is), tot meer ruimte voor internet, stadstaten en kleinere verbanden die Europe nieuwe energie kunnen geven. Zie ook zijn vorige boek. Zijn analyse van de kwalen kent vele sterke elementen en argumenten, maar het is duidelijk dat we voor de echt praktische antwoorden elders moeten zijn. Laten we hopen dat een nieuwe generatie politici deze handschoen durft op te pakken.

Counter-revolution, Can open society survive? , Jan Zielonka, 176 p, Ofxord University Press, 2018