Groei is goed: Ayn Rand meets Amartya Sen

Voor degenen die een injectie optimisme na een bewogen 2018 goed kunnen gebruiken.

De fascinerende Tyler Cowen (ook maker van een briljante podcast) doet in dit, behoorlijk abstracte, boek wat een goed boek hoort te doen: je aan het denken zetten. Tyler Cowen is  econoom, veellezer, schrijver en een van de honderd invloedrijkste denkers ter wereld volgens het blad Time. Zoals alle intelligente mensen, is Cowen sceptisch over de mens: bescheidenheid siert ons. Hij noemt zichzelf een scepticus met een can-do mentaliteit. Hij beseft namelijk hoe verlammend scepsis kan werken.

Zijn onderwerp deze keer is  groot: wat maakt een ‘goede’ samenleving?
Het antwoord: focus op de lange termijn, waarbij economische groei cruciaal is.  Om te kunnen groeien, moeten gezond verstand en de menselijke rede centraal staan: al eeuwen de motor achter onze groeiende welvaart en vrijheid. We zijn van dit pad afgedwaald omdat we de onderliggende principes uit het oog zijn verloren. Dit boek is een lovenswaardige poging ze weer op ons vizier – en in ons handelen – te krijgen.

Groei vermindert immers allerlei soorten ellende, vergroot geluk en kansen en verlengt mensenlevens. Rijke samenlevingen hebben hogere levensstandaarden, betere medicijnen en bieden grotere individuele autonomie, meer lol en zingeving. Groei zorgt ook voor afname van ongelijkheid. Wereldwijd is de ongelijkheid afgenomen – wat met name te danken is aan de groei van China en India.
Niet onbelangrijke  bijnoot: binnen landen zijn de verschillen de laatste jaren groter geworden, vooral vanwege de groei van India en China, die de middenklasse van die individuele, doorgaans Westerse, landen in de knel heeft gebracht.

Zover geen verrassingen. Verrassender is Cowens inzicht aangaande de lange termijn. Hij ziet in morele termen geen verschil tussen de generatie die nu leeft en toekomstige generaties: het is daarmee onze plicht even veel rekening te houden met de mensen die over 1000 jaar leven als die nu de aarde bevolken.
Het einde van de wereld zal een vreselijke gebeurtenis zijn, of het over twee of 20.000 jaar gebeurt. Het leven tegen die tijd met honderd jaar verlengen is net zo waardevol als dat nu doen. In de appendix onderbouwt hij dit volgens mathematische logica met getallen en formules.

Velen zijn inmiddels de mening toegedaan dat de standaardmanieren om welvaart te meten, zoals via het BNP, te beperkt zijn. Zo ook Cowen. De makke van deze methodes is dat ze alleen simpel waarneembare zaken kunnen vastleggen en niet in staat zijn te meten wat bijdraagt aan menselijk welzijn. Cowen introduceert Wealth Plus: de som van traditionele waarden, zoals die van het BNP, met daaraan toegevoegd de ‘output’ van vrije tijd, productie van huishouden en het milieu. Hieruit volgt dus uit dat om Wealth Plus te maximaliseren, niet iedereen harder hoeft te werken (dit is immers maar één van de indicatoren). Ook kan je hieruit afleiden dat het milieu vernietigen niet een goede strategie is.

Groei is dus goed. De enige begrenzing die Cowen stelt aan zijn Wealth-Plus-model zijn de onvervreemdbare mensenrechten (de absolute, niet de verwaterde varianten). Maak geen geld ten koste van menselijke levens.
Maar hoe jammer ook, groei en technologische vooruitgaan komen niet altijd in een gestaag, voorspelbaar tempo. Schokken en scheuren zijn ons deel. Economische groei is historisch zelden de norm,  beschavingen zijn fragiel. Zo is de gemiddelde levensduur van een beschaving 402,6 jaar. Sinds de val van het Romeinse Rijk duren beschavingen nog korter: 304,5 jaar.

Cowen legt graag morele dilemma’s voor zoals: Waarom ijs eten als er iemand in Malawi sterft van de honger? Inderdaad een – moreel – ingewikkeld dilemma, maar het antwoord vindt hij in ‘common sense morality’. Gezond-verstand-moraliteit valt vaker dan we denken samen met diepere ethische theorieën.
Ja, we zouden meer moeten weggeven, meer moeten doen om anderen te helpen, maar de juiste manier om de wereld te helpen is niet om alle welvaart te hervedelen of persoonlijke groei te beperken tot het globale minimum. Omdat op de lange termijn – wat onze focus dus zou moeten zijn – grotere welvaart de armsten het meeste zal helpen. Herverdeling van welvaart moet in dienst staan van economische groei: tot het punt waarop ze de groei van de duurzame groei maximaliseert. Kwestie van gezond verstand.

Drie vragen zouden onze politiek en filosofie moeten bepalen:
– Wat kunnen we doen om economische groei te stimuleren?
– Wat kunnen we doen onze samenleving/ beschaving stabieler te maken?
– Hoe gaan we om met milieuproblemen?

Onze beschaving kent prachtige pluralistische waarden. Deze behouden en uitbreiden zouden onze prioriteit moeten zijn. De beste manier om de levenstandaard en mensenrechten te bevorderen is duurzame economische groei. En ja, dat gaat ten koste van allerlei paradepaardjes en specifie beleid – de kans dat we fout zitten hiermee is overweldigend.
We moeten durven te staan voor de ‘goede samenleving’, al kan dat utopistisch lijken. Ook op individueel niveau moeten we onze verantwoordelijkheid nemen. We moeten niet bang zijn om op de lange termijn te denken: dit zal beter effect sorteren dan alles steeds geval voor geval te bezien. En tenslotte moeten we een diepe scepsis koesteren richting alle instrumentele ideeën die claimen “het goede” te kunnen bewerkstelligen.

En nee, het gaat dus niet alleen over hoe meer geld te verdienen. Cowen haalt instemmend Amartya Sen aan als hij zegt dat ‘positieve kansen’ doorgans belangrijker worden gevonden dan de hoeveelheid cash we op de bank hebben. Waarmee hij het midden houdt tussen het zelfredzame, individuele denken van Ayn Rand en de hedendaagse visie op waardecreatie, die uit meer bestaat dan alleen materiele winst.

ps: dit boek is uitgegeven door Stripe, een betalingsplatform, dat nu ook in boeken en andere media is gestapt. Interessant move.



Stubborn Attachments: A Vision for a Society of Free, Prosperous, and Responsible Individuals, 136 p, Stripe Press, 2018