Echte armoede bestrijden

Paul Collier, voormalig directeur bij de Wereldbank en hoogleraar te Oxford richt zich in een van zijn onverwachte bestsellers, in het Nederlands vertaald als ‘Een Miljard Achterblijvers’, op de specifieke groep van landen waarvan de inwoners in de val zitten. De val van armoede, waar ze niet zomaar meer uit komen. Sterker nog, de situatie wordt steeds nijpender.

Collier onderscheidt vier valkuilen: de conflictval, de vloek van natuurlijke hulpbronnen, slechte buren en die van slecht bestuur in een klein land. Wat betreft de neiging om steeds weer in conflicten te vervallen hebben Collier en zijn medeonderzoekers een manier gevonden om dat risico in te schatten. Drie economische eigenschappen maken een land gevoelig voor burgeroorlog (en staatsgrepen): laag inkomen, trage economische groei en de afhankelijkheid van export van grondstoffen.

Een groot reservoir aan natuurlijke hulpbronnen is – paradoxaal – een van de oorzaken van armoede. Dit komt door wat de Hollandse Ziekte (de waarde van een munt stijgt als gevolg van de verkoop van pas ontdekte grondstoffen, die de concurrentiepositie van het land aantast en de export doet dalen) is gaan heten. Een andere reden is het ontbreken van goede controlemechanismen die er voor hadden kunnen zorgen dat de opbrengsten niet in de verkeerde zakken belandt.
Nu heeft Noorwegen natuurlijk ook veel olie, zonder dat we het land arm kunnen noemen. Dit komt doordat he Scandinavische land voor zijn olievondst al een perfect werkend systeem van checks and balances hadden. Controle is een terugkerende aanbeveling in dit boek. Zo denkt het Western doorgaans dat een dictator vervangen voldoende is, zeker als dit wordt gevolgd door snelle verkiezingen. Helaas, een dictatuur vervangen is niet voldoende. Er zijn controle-instrumenten nodig. Anders kan de interventie weleens averechts uitpakken.

Arme landen kunnen zich soms optrekken aan de buurlanden. Helaas voor veel arme landen, zeker in Afrika, zijn de buren vaak niet veel beter af. Het is nu eenmaal zo dat Zwitserland wordt omringd door economisch heel wat gezondere buren dan de Centraal Afrikaanse Republiek. Het maakt veel uit of een land een kustlijn heeft of niet. Immers, landen aan zee doen handel met de wereld. Landen zonder toegang tot zee zijn afhankelijk van hun buren. Landen die die geen natuurlijke hulpbronnen hebben en geen toegang tot de zee hebben zijn buiten Afrika nooit een zelfstandig land. Helaas, woont in Afrika 30% van de bevolking in dat soort landen.

Dit onderbouwt Collier met onderzoek en serveert hij zonder veel respect voor politieke gevoeligheden of correctheid. Dat is ook de belofte van het boek: feiten en oplossingen boven idealisme en medeleven. Voor Collier is het simpel: samenlevingen minder fragiel maken betekent dat de economie ontwikkeld moet worden. En hij roept zowel de linkerkant als de rechterkant van het politieke spectrum om over hun ingesleten denkbeelden heen te stappen.

Links moet af van geïdealiseerde opvattingen over ontwikkelingssamenwerking. Arme landen zijn er niet om te experimenteren met socialisme. Het ontwikkelen van markteconomieën is de enige duurzame weg uit de armoede. Economische groei is positief. Links – we schrijven 2007 – beroept zich daarbij op het beroemde boek van Jeffrey Sachs End of Poverty. Collier vindt Sachs oproep om ruimhartig hulp te geven hartverwarmend, maar vindt dat Sachs het belang van hulp overschat. Er is breder beleid nodig.

Rechts moet af van beeld dat hulp profiteurs en dieven creëert. En dat armoede het beste bestreden kan worden door beter je best te doen. Rechts zou moeten erkennen dat deze landen echt in de tang zitten en dat soms collectieve oplossingen nodig zijn. Het boek van keuze is William Easterly’s White Man’s Burden. Maar in de ogen van Paul Collier overdrijft Easterly ook, maar dan de andere kant op. We zijn niet zo machteloos en onwetend als hij beweert. We kunnen wel degelijk ingrijpen – en met bewezen positief resultaat.

Het boek legt goed uit waarom ontwikkelingshulp vaak niet werk zelfs vaak averecht effect heeft. Collier is schenkt klare wijn: extra hulp (die soms erg hard en in grote hoeveelheid nodig is) moet vergezeld gaan van liberalisering van Afrikaanse handel. Als die laatste voorwaarde niet gehaald wordt kan de armoede er zelfs groter door worden.

Hulp kan immers alleen gebruikt worden voor import, want het gaat per definitie om buitenlandse valuta. Hulp is dus alleen maar waardevol als mensen importgoederen willen kopen. Als er dan importgoederen worden verboden of er zeer hoge tarieven voor gelden zal de vraag naar buitenlandse valuta laag zijn en zal er voor de hulp niet veel – bijvoorbeeld onderwijs – worden gekocht. Hulp wordt daarmee een concurrent van exporteurs, er zal minder behoefte aan export zijn dus verdienen ze minder. Wisselkoersen stijgen dan door ontwikkelingshulp.
Sommige exporteurs zullen zich terugtrekken, zie hier de Hollandse Ziekte in werking. Het probleem is dus alleen maar gegroeid: exportactiviteiten zijn nog minder concurrerend geworden.
De oplossing is even simpel als moeilijk: liberalisering van de handel. En dan niet de fair trade variant, haast Collier te zeggen. De gedachte erachter is an sich mooi, maar zorgt er ook voor, door de extra inkomsten van de fair trade producten, dat boeren zich minder genoodzaakt zullen voelen te specialiseren.

Armoede is aldus gevolg van slecht functioneren economie. En niet van het rijke Westen. Er is een catch; het Westerse publiek is erg slecht geïnformeerd over de daadwerkelijke toestand van ontwikkelingslanden en deze onwetendheid vindt uiteindelijk zijn weg naar de beleidsbepalers, de politiek. Die dus beloond worden voor slecht beleid.

Hij is opvallend negatief over regionale handelsovereenkomsten, die nog steeds in aantal toenemen. Ze zijn sexy maar leveren weinig tot niets op. Presidenten kunnen er goede sier mee maken, maar handel is pas nuttig als er ongelijkheid is. Er moet wat uit te ruilen zijn, bijvoorbeeld het profiteren van lage lonen. Deze strijd is nog lang zo wordt duidelijk uit zijn opmerking dat in de wereld van de hulp Ricardo’s concept van comparatief voordeel niet uit te leggen valt.

Het boek beschrijft echter niet alleen de oorzaken van de ernstige problemen, maar biedt ook oplossingen. Wat moet er gebeuren om landen uit de valkuilen te trekken?
Er staan ‘ons’ vier mogelijke instrumenten ter beschikking: ontwikkelingshulp, veiligheid, wetten en handvesten en, als laatste, handel. De eerste wordt ruimschoots ingezet, de andere drie slecht heel mondjesmaat. Het inzetten van verschillende combinaties van die instrumenten zou elk van de vier vallen kunnen openbreken. Hoewel Collier ook denkt dat het voor sommige landen te laat is. Mochten ze uit hun benarde positie kruipen, zullen ze zich geconfronteerd zien met de aanwezigheid van de Aziatische groeilanden, die voor een groot deel dezelfde diensten en producten aan zullen bieden op de wereldmarkt, maar dan beter. Collier ziet veel heil in het maken van internationale handvesten en verdragen. Dit zou een level playing field moeten creëren waardoor slechte regimes minder schade kunnen aanrichten. Hier blijkt dat het boek uit 2007 is, tegenwoordig zou een pleidooi voor handelsverdragen waarschijnlijk met meer voorzichtigheid worden omkleed. Het zou interessant zijn te lezen of een update van dit boek nog steeds zo stellig hierover zou zijn.

Wat kan de gewone burger doen? Collier vindt dat we ons denken over dit probleem moeten veranderen, en geeft ons daarvoor drie stellingen:

  • Focus op de 1 miljard in de valkuil
    Het ontwikkelingsprobleem van nu, is heel anders dan dat van decennia geleden. Het gaat niet om 5 miljard mensen die de millennium doelstellingen moeten halen, maar om het specifieke probleem van de 1 miljard mensen.
  • Er is een hevige strijd in de armste landen gaande
    Er is een gevaarlijke competitie gaande tussen morele extremen: een slechte rijke wereld vs. een nobele arme wereld. Wij zijn nog teveel toeschouwer.
  • We hoeven geen toeschouwer te zijn
    Onze steun voor hervormingen kan doorslaggevend zijn. Intelligentere, bredere aanpak nodig met gebruikmaking van alle instrumenten die er voorhanden zijn.

Kortom, doelstellingen vernauwen en instrumten verbreden.